Glaumbaer
Laat
in de dag bereikten zij Glaumbaer. Grettir had zijn capuchon op zijn
schouders hangen, zoals hij altijd deed, of het weer nu goed of slecht
was.
Daarvandaan vervolgden ze hun reis en toen zij een klein eindje op weg
waren, kwam hen een man tegemoet met een groot hoofd, die lang en dun
was en slecht gekleed ging. Hij begroette hen en ieder vroeg de ander
zijn naam. Zij zeiden wie ze waren en hij noemde zich Thorbjorn. Hij
was een landloper, die geen zin had om te werken en veel opschepte.
Men hield hem voor de gek en sommigen dreven zelfs de spot met hem.
Hij werd erg vrijpostig en vertelde veel roddels over het district en
de mensen aldaar. Grettir vond hem hoogst amusant.
Hij vroeg of zij niet iemand nodig hadden, die voor hen zou werken.
"Ik zou graag met jullie meegaan," zei hij.
Hij praatte net zo lang op hen in tot zij hem mee lieten gaan. Het was
erg koud en er stond een krachtige sneeuwstorm. Omdat de man zo luidruchtig
en een grote grappenmaker was, had hij een bijnaam en werd hij Glaum
genoemd.
Deze Glaum zou uiteindelijk indirect
de dood van Grettir veroorzaken.