OP ZOEK NAAR SAGAPLAATSEN

Of je loopt er toevallig tegenaan...

Als uitgever en medevertaler van twee IJslandse saga’s ontkom je er natuurlijk niet aan om op IJsland die plaatsen te bezoeken die in de saga’s genoemd worden. Tijdens deze reis zouden allereerst de plaatsen uit de saga van Grettir de Sterke bezocht worden, want gezien de geplande route lagen de West-Fjorden waar de saga van Gisli Surszoon zich grotendeels afspeelt wel heel ver weg.

          In 2000, tijdens mijn eerste bezoek aan IJsland, had ik reeds Thingvellir, met zijn Alding, en de oude boerderij Glaumbćr - genoemd in de saga van Grettir - bezocht, zonder ooit van IJslandse saga’s gehoord te hebben.

          Hoogtepunten van de 2007 fietsreis zouden de bezoeken aan Grettirs sterfplaats: Drangey (en daarbij: Reykir met zijn Grettislaug) en Grettirs geboorteplaats: Bjarg, moeten worden.

Onverwachte ontmoetingen
Onze fietstocht begon in het oosten van IJsland, in Seyđisfjörđur, waar de veerboot uit Hanstholm aanlegt. Op dit moment zijn we dertien dagen onderweg en hebben de kustweg om de Melrakkaslétta bijna achter de rug. Op een gure dag met harde wind mee komen Bonny en ik, onderweg van Kópasker naar Asbyrgi over weg 85., geheel onverwacht, op een kleine parkeerplaats met picknicktafel, een plaatsnaambord tegen met daarop het woord Grettisbćli (Grettirs schuilplaats). Een wandelpad voert naar een vermoedelijke schuilplaats van Grettir, een soort ondiepe grot in een steile wand van de naast de parkeerplaats gelegen berg. Gezien het weer hebben we ervan afgezien de wandeling te ondernemen. Het zou ons algauw twee uur gekost hebben. En wanneer je op IJsland wind mee hebt dan draal je het best niet al te lang; hij zal eens draaien!

 

          In de saga wordt niets gezegd over Grettirs belevenissen, of zijn specifieke aanwezigheid, zo oostelijk in IJsland. Opmerkelijk was dan ook dat op de oost-oever van de Jökulsá á Fjöllum nabij het Vesturdalur zich ook nog een Grettisbćli bevindt. Grettir is blijkbaar alom aanwezig op heel IJsland.

Leuk was het ook toen we bij het bezoekerscentrum van Asbyrgi leerden dat men hier grote “verdwaalde” stenen, stenen die in het landschap opduiken alsof ze er niet thuishoren, vaak ook van een heel ander gesteente dan ter plekke normaal, dat ze die Grettistök (enkelvoud: Grettistak) noemen. Alsof Grettir ze er eigenhandig heeft neergezet. Een meer natuurlijke verklaring is dat gletsjers deze enorme keien over vele kilometers hebben meegevoerd en daar hebben neergelegd toen ze smolten.

          Geweldig toch dat je als sagaheld je eigen woorden in een taal krijgt. Kun je nagaan wat een impact de Saga van Grettir op de IJslanders door de eeuwen heen gehad moet hebben.

(Bij "Grettistak". Het woord "tak" is afgeleid van "taka" (Engels: "take"; NL vertaling "Nemen"). Tak betekent letterlijk "iets in de armen nemen (b.v. om iets op te tillen)". En als het echt zwaar is dan heb je daar een "Grettir" voor nodig. Grettistak (meervoud Grettistök) is men later gaan gebruiken voor iets dat je voor elkaar krijgt wat onmogelijk lijkt te zijn. Met dank aan: Árni Ţór Eymundsson)

Uit de saga
Het eerste bezoek aan een “echte” saga-plaats komt ook weer onverwacht. Wanneer ik Akureyri noordwaarts verlaat, kom ik langs een bord met daarop het bezienswaardigheidsteken en de naam Gásir. Ik weet wel zo’n beetje waar Gásir gelegen moest hebben, maar niet dat IJsland van de archeologische plek een bezienswaardigheid heeft gemaakt. Natuurlijk ben ik daar direct heen gefietst, maar het is moeilijk je ter plaatse een voorstelling te maken van de oude handels- en havenplaats.

          Gelukkig vinden er opgravingen plaats, althans daar lijkt het sterk op, want bij mijn aankomst blijkt het gebied totaal verlaten, en kan ik wat foto’s maken van de fundering van iets dat een gebouwtje moet zijn geweest. Wat precies weet ik niet, want zoals gezegd, er zijn geen archeologen aanwezig die ik het vragen kan. Wel weet ik dat Grettir hiervandaan naar Noorwegen vertrok, nadat hij eerst nog even Thorbjorn de Reiziger het hoofd had afgeslagen na diens schandelijke opmerkingen over Grettirs vader (zie H. 37 van de saga). Als bonus kan ik een paar mooie opnamen maken van de hier talrijk aanwezige regenwulpen.

  
 

Eenmaal thuis lees ik op Internet dat IJsland bij Gásir binnen vier jaar een levend museum in de vorm van een middeleeuwse stad wil bouwen. Natuurlijk zal daarbij een bezoekerscentrum voor toeristen verschijnen. Het geintje kost 3,3 miljoen Euro! Met in het achterhoofd de vele schatrijke Amerikanen die reeds met talloze cruiseschepen Akureyri aandoen en die hier goed gedropt kunnen worden voor een extra excursie, daarbij de nodige dollars neertellend, lijkt het me weer een idee dat vooral uitgevoerd wordt om geld binnen te halen.

          Ik weet het niet met die IJslanders. Geld verdienen, oké; aandacht voor hun historie, oké; het onder de aandacht brengen daarvan aan toeristen, oké. Alleen krijg ik vaak het idee dat het bij veel IJslandse projecten alleen nog om geld draait (zie bijvoorbeeld de nieuwe “Blue Lagoon” bij het Mývatn - Reykjahliđ, dat bad is echt niet met liefde gebouwd).

           En ik vind het met name zo fnuikend omdat IJslanders hun nog levende erfgoed zo makkelijk verkwanselen. Nadat ze bijna hun honden hebben laten uitsterven, doen ze nu vrij gemakkelijk hetzelfde met hun unieke - viking - geiten. Ook weer op Internet valt te lezen dat een kudde van veertig geiten geslacht moest worden omdat de eigenaresse er geen plaats meer voor heeft. Op een totaal aantal van vierhonderd geiten op heel IJsland is dit nogal een genetische aderlating. Ik vind het onvoorstelbaar dat IJslanders - zo rijk, met zo’n groot land - dit zo maar laten gebeuren en geen oplossing weten te vinden.

          Een boer in een fjord verderop wilde wel tien dieren overnemen, dit werd hem echter verboden door de plaatselijke veearts. Het transport zou de voor schapen (en geiten) dodelijke ziekte scrapie / schuurziekte kunnen verspreiden. De schapenboeren zijn kennelijk nog altijd oppermachtig (ook wat betreft het afschieten van poolvossen).

          Ik dwaal nu wel af, maar het is toch ook niet te geloven dat het enige originele landzoogdier dat IJsland kent (van voor de Kolonisatie) de poolvos, overal vogelvrij is buiten Hornstrandir (en zelfs daar wordt illegaal op hem gejaagd). De IJslandse poolvos, die binnen de wereldwijde poolvossenpopulatie een unieke plaats inneemt in zijn gedrag en ook genetisch gezien apart is, wordt bejaagd als ware het de pest. IJslandse poolvossen vormen echt een aparte populatie en zijn niet nauw verwant aan hun Noorse of Groenlandse collega’s, zo is uit DNA-onderzoek gebleken. Ik zou zeggen wees er trots op en probeer het dier een zekere plaats te geven in de wereld die je nalaat aan je kinderen.

Rondom Drangey
Vanaf Gásir vervolg ik de weg noordwaarts (weg 82) naar en door de zeer fraaie Ólafsfjörđur. Nog even en ik zal de Skagafjörđur inrijden en uitzicht krijgen op het 173 meter hoge eiland Drangey. Drangey rijst steil op uit de fjord en domineert deze ook grotendeels.

  
  

Rustig fietsend langs de oostzijde van het water passeer ik alle plaatsen waar Grettirs vijanden hun boerderijen hadden. ’s Avonds laat bereik ik de bodem van de fjord. Ik bevind me nu op de plaats waar het Ding van Hegranes werd gehouden. Op het terrein zijn duidelijk de contouren van oude fundamenten te herkennen. Van de gebouwen die erop hebben gestaan kan ik me geen voorstelling maken. Ook hier zijn archeologen aan het graven geweest. Een bord vertelt het verhaal van deze Dingplaats. Ik kan slechts een ding concluderen, de keuze voor deze plek was een logische. Deze centraal- en  hooggelegen plaats biedt een prachtig uitzicht over de fjord.
          Ik ga zitten op een oude fundering en laat tot me doordringen dat Grettir de Sterke hier geworsteld heeft met de twee sterkste mannen uit de streek onder het toeziende oog van een paar van zijn ergste vijanden waaronder de man die hem uiteindelijk zou vermoorden. De twee mannen samen waren niet sterker dan Grettir alleen. Zonder ze echt verslagen te hebben mocht Grettir zich de morele winnaar noemen. Niet alleen vanwege het gevecht maar ook omdat zijn vijanden door hun eed gebonden hem niet anders dan als een vrij man konden laten gaan.

 

          De meeste toeristen zullen argeloos aan deze plaats voorbijrijden. Ik ben blij dat ik dit stukje van de IJslandse cultuur kan waarderen. Het landschap met al zijn namen krijgt zoveel meer betekenis als je de saga’s kent. Als toegift fotografeer ik hier een familie Bonte Strandlopers.

De volgende grote plaats is Sauđárkrókur en het daarop volgende doel is Reykir met de warme bron Grettislaug. Reykir is de laatste boerderij aan de doodlopende weg aan de westzijde van de fjord. Na drie hekken geopend en gesloten te hebben gaat het al slippend en glijdend met de fiets naar beneden. Die weg mag ook weleens verbeterd worden. Aan de zee, onder het wakend oog van Drangey, vind ik twee warme badjes. Het nemen van een bad kost je tweehonderd kronen. Het geld kun je doen in het speciaal voor dat doel geplaatste kastje. De meeste mensen betalen inderdaad zo kan ik na afloop van mijn verblijf daar melden; dat moet ik in Nederland nog maar zien. Ik betaal ook voor de twee nachten die ik op Reykir kampeer.

 
  

          Urenlang lig ik in de warme bron die ooit Grettir verkwikt heeft. Na zijn heroďsche zwemtocht vanaf Drangey kon hij hier weer op temperatuur komen om daarna, de volgende ochtend, zijn lusten te botvieren op de dienstmeid van Reykir. Het eigenlijke doel van zijn zwemtocht was het halen van vuur omdat Glaum, een slaaf die ook op Drangey verbleef, het vuur daar had laten uitgaan. Het grotere badje was toen ik er was trouwens warmer dan het kleine.

  
  
  

          Hoewel het onmogelijk lijkt het koude water van de fjord tussen Reykir en Drangey over te zwemmen is het voor echte bikkels wel te doen. Er zijn IJslanders die het kunststukje van Grettir de Sterke hebben geëvenaard en ik heb een IJslander ontmoet die het voornemen heeft ook in diens voetsporen te treden. Genietend van het warme water in de bron moet ik er niet aan denken. Ondertussen wordt het weer slechter. Wolken naderen steeds verder de aarde en de wind wakkert nog meer aan. Ik zit lekker in bad, wie doet me wat? De atmosfeer boven Reykir lijkt zich te verdikken. Nevels maken de wereld steeds kleiner. De bergrug is nu geheel aan het oog onttrokken. De sfeer wordt echt IJslands, dreigend en donker. Als ik uit het water stap en mijn blik op Drangey richt lijkt het net een verschijning. Juist boven Drangey openen zich de wolken. Badend in zilverlicht straalt het eiland te midden van de verder alles verhullende grijze mist. Slechts een smalle baan van Reykir naar Drangey geeft vrij zicht. Een uitzicht dat vastgelegd zou moeten worden op film. Een kans uit duizenden. Natuurlijk ligt het toestel in de tent en achteraf gezien kan het niet eens erg vinden. Sommige momenten blijven het best bewaard in je herinnering.

          Ik heb me twee dagen uitstekend vermaakt op Reykir. Het leverde me prachtige foto’s van Bontbekplevieren en Noordse Sterns op en een warm saga-hart.

          Ondanks de mogelijkheden daartoe, tot twee keer toe vroeg de man van de boottochtjes of ik toch niet mee naar het eiland wilde, heb ik me kunnen beheersen. Ooit zal ik daar samen met Bonny heengaan en dan wil ik ook op het eiland zelf een nacht doorbrengen. Genieten van het uitzicht dat Grettir de Sterke de laatste jaren van zijn leven heeft gehad.

Het wordt tijd Reykir te verlaten. Na inkopen te hebben gedaan en de nacht te hebben doorgebracht in Sauđárkrókur vervolg ik mijn reis langs de kust. Op het schiereiland Skagi is werkelijk niets van betekenis te vinden, toch kwam de een na de andere camper me tegemoet soms zelfs in colonne. Het moet niet gekker worden! Ook het aantal Toyota Yarisrijders is overweldigend. Wat doen al die mensen hier? Met een duivelsgenoegen constateer ik dat al deze reizigers straks over hetzelfde stuk weg moeten waar ik net over heen ben gekomen. Als een wonder bleef mij een lekke band bespaard op het vlijmscherpe grit.

          Wat is het geval? Terug, richting Sauđárkrókur, wordt er over een afstand van vele kilometers aan de weg gewerkt en alle fases van het aanleggen van een weg zijn vertegenwoordigd. Lekker jongens, met die campers of huurauto’s. Je houdt op IJsland elke keer weer je hart vast als je een bord ziet met wegwerkzaamheden. Zeker als fietser maar waarschijnlijk ook als automobilist.

          Bij het dorpje Skagaströnd is de pijp leeg. Niet gewoon leeg maar tot meer dan de bodem. Ik breng er een paar dagen door omdat ik doodmoe ben. Na heel veel vers fruit gegeten te hebben gaat het weer beter. Het is opvallend hoe snel mijn lichaam reageerde op verse vitaminen. Gezondheid is - gelukkig - nog altijd niet te verpakken in pillen en doosjes. De vitaminepillen die ik slikte zijn in elk geval niet op hun taak berekend.

Bjarg

  

Na een omweg via het in vergelijking met Skagi veel mooiere Vatnsnes wordt het tijd naar Bjarg te gaan. Bjarg, de geboorteplaats van Grettir de Sterke, moest een van de hoogtepunten van deze reis worden - en dat wordt het ook. Daisy, met wie ik samenwerk bij de sagavertalingen, had me al verteld over het monument dat is opgericht voor Grettirs moeder Asdis, en ook zou Grettirs hoofd begraven liggen onder een bepaalde rots vlak bij de boerderij.

          Bjarg (Rots) doet zijn naam eer aan. Het is duidelijk waaraan deze boerderij zijn naam ontleent (en dat is niet altijd het geval bij andere boerderijen of huizen op IJsland die Bjarg heten). Op dezelfde rotspartij die Bjarg ongetwijfeld zijn naam gaf is op het hoogste punt, uit alle windrichtingen duidelijk zichtbaar, het monument ter ere van Asdis geplaatst.

  
  
  
  

Ik vind het mooi. Niet alleen het gebaar - het zou makkelijker zijn geweest om voor Grettir een monument op te richten, maar ook het simpele ereteken. Een gedenkteken voor Grettir alleen zou trouwens ook zijn broers tekort doen.

  
 

          Twee borden informeren de verdwaalde toerist over Grettir- en Asdis’ leven en doen een suggestie voor een rondwandeling. Nu wist ik waar Grettirs hoofd begraven lag - de rest van zijn lichaam ligt volgens de overlevering ergens op Reykir - en het is een heel speciaal moment wanneer ik plaatsneem op die rots. Dichter bij de sagaheld kun je niet komen.

 

          Natuurlijk volg ik de uitgezette wandelroute, althans dat probeer ik. Gelukkig is het zo, dat bij niet echt toeristische plaatsen de wegmarkeringen in de loop der seizoenen vaak verloren zijn gegaan. Dat geeft je de gelegenheid lekker rond te dwalen en de boel zelf te ontdekken. Ik kan het landschap met zijn grote keien achter de boerderij wel waarderen. Grettir zal daar heel wat te tillen hebben gehad.

 
 

          Bjarg werd een hoogtepunt en met een gevoel van weemoed neem ik afscheid.

          Slechts een auto stopt deze middag bij de informatieborden en die mensen nemen het ter kennisgeving aan.

Miđfjarđarvatn
Het volgende doel is het Miđfjarđarvatn waar Grettir als kind vocht met Auđun. De weg daarheen is de eerste waarop ik geen enkele toerist tref. Hoe bijzonder ik ben ondervind ik de volgende ochtend. Een ruiter die net klaar is met zijn rit nodigt me uit voor koffie. Zelden komen daar toeristen langs en zeker niet op een fiets. Hij is dan ook zeer benieuwd wat ik in die uithoek te zoeken heb. Ik vertel hem over Grettir en mijn doel voor die ochtend, het Miđfjarđarvatn. Zelf weet hij ook nog wel het een en ander over Grettir. Hij weet me bijvoorbeeld precies te vertellen en aan te wijzen waar Grettir zijn vaders paard Kengala levend vilde. Informatie die niet in de saga staat maar die wel voortleeft in de herinnering der mensen. Geweldig. Wel kan ik hem betrappen op een foutje wat betreft zijn saga kennis. Ik heb hem er maar niet op gewezen.

          Het is bijzonder grappig als je met IJslanders over saga’s praat en blijkt dat jij er veel meer vanaf weet dan zij. Ik heb het gevoel dat ze zich dat toch behoorlijk aantrekken en zich soms zelf schamen. Het wordt helemaal mooi als blijkt dat je zelfs speciaal naar IJsland bent gekomen om saga-plaatsen te bezoeken. Dat vinden ze echt apart.

          Ik begrijp die haat - liefde relatie van (jonge) IJslanders met hun saga’s wel. Klaarblijkelijk is het lezen van sommige saga’s verplicht op de middelbare school. En bij lezen blijft het niet, daar zal ook de nodige nadere uitleg wel bij horen. Van mijn eigen middelbare schooltijd weet ik dat er geen betere manier is om alle liefde voor lezen of een goed verhaal uit iemand te rammen door hem te verplichten iets te lezen en tot op het bot te laten ontleden. Het lezen is dan nog niet eens het ergste. De zogenaamde secundaire literatuur die ingaat op de veronderstelde diepere betekenis van het gelezen boek, en die je ook verplicht bent te bestuderen, doet vervolgens zijn alles vernietigende werk. Wat een totale onzin! Twintig jaar na mijn middelbare school tijd heb ik voor het eerst weer Nederlandse literatuur gelezen. NederRijn College bedankt!

          Ik kan me voorstellen dat bij de IJslandse jeugd iets soortgelijks speelt met betrekking tot de saga’s.

          Illustratief is in elk geval het volgende. Ik wilde in Akureyri de film “The Outlaw” die gaat over de saga van Gisli Surszoon op DVD kopen. Dat bleek nog niet gemakkelijk. Ten eerste lag die nergens in de winkel en vervolgens raadde in de derde winkel die we bezochten de jeugdige verkoper ons ten zeerste af deze film te kopen en met name te bekijken. Hij schaamde zich oprecht voor de film en de daarin geleverde acteerprestaties van zijn landgenoten. Het was een zeer grappige ontmoeting. Buitenlanders die koste wat kost die in zijn ogen zeer slechte IJslandse film wilde hebben. Hij gaf ons nog net geen geld om ons te weerhouden de film te zien.

          Ik heb de film op video gezien en kan die jongen niet anders dan merendeels gelijk geven. Ik heb die film vrijwillig gezien, maar hij en zijn medeleerlingen moesten er verplicht naar kijken. Ja, toedeledokie, dan is de kans levensgroot dat je voor de rest van je leven genoeg hebt van alles wat met saga’s te maken heeft!

          Uiteindelijk heb ik de film in een al eerder bezochte winkel kunnen bestellen. Later bij het ophalen bleek dat de beloofde Engelstalige ondertiteling er toch niet bij zat. Toen heb ik die beker ook maar aan mij voorbij laten gaan.

 

Het Miđfjarđarvatn blijkt niet iets specials. Het meer ligt gewoon langs de Ringweg en na snel een fotootje gemaakt te hebben ben ik weer op pad gegaan. Het is echter wel een logische plaats om daar de balspelen te houden zoals ze in de saga worden genoemd.

Forsaeludalur / Schemerdal
Ik ga op weg naar de Kolugljúfur, waar ik de nacht doorbreng, en die wel een bezoekje waard is. Het is een mooie kloof met mooie watervallen.

          Auđunarstađir, de boerderij waar de Auđun die met Grettir vocht woonde en waar hij later goede vrienden mee werd, blijkt te ver van de weg te liggen om er heen te gaan. Ik stuur de fiets richting het Vatnsdalur. Een tocht door dat dal is echt de moeite waard. Weinig tot geen toeristen, veel geschiedenis en een mooi landschap. Ik dring door tot in het diepst van het dal tot het gedeelte dat Forsaeludalur (Schemerdal) heet. Het was daar op Thórhallstađir dat Grettir vocht met Glam, de onreine geest die Grettirs lot bezegelde.

          Op de laatste boerderij in het Forsaeludalur mag ik van de boer mijn tentje opslaan voor de nacht. (Thórhallstađir zelf ligt meer voorin het dal en ook nog op de andere rivieroever, zo ongeveer bij het bruggetje) Dat was helemaal top! Wederom had de saga-schrijver zijn werk goed gedaan. Het is de perfecte plek voor zo’n episch gevecht, je zou bijna denken dat het allemaal echt is gebeurd!

          Vanaf de boerderij ben ik nog dieper het dal in gelopen. Volgens een toeristenkaart zou er een gemarkeerde wandelroute zijn naar een waterval. Ik bereik de waterval zonder een gekleurd paaltje te hebben gezien en heb me een paar keer afgevraagd of deze avontuurlijke klauterpartijen echt bij de route hoorden (dat bleek zo te zijn). Opeens ligt de verlaten Dalfoss voor me. Wederom een beloning voor het afwijken van de gebaande paden. Er zijn nachten geweest dat ik minder tevreden insliep.

 

De tijd dwong me terug te keren naar Akureyri, op weg naar Bonny en avonturen die niets met saga’s te maken hebben. Het saga-gedeelte van de reis was in elk geval zeer geslaagd. En ik moet de sagaschrijver een compliment maken voor zijn topografische kennis. Hij had geen betere plaatsen kunnen bedenken als achtergrond voor zijn verhaal. Tenzij alles waar gebeurd is natuurlijk...

          Op een gegeven moment was ik ook nog van plan naar de West-Fjorden te gaan voor de Saga van Gisli Surszoon. Mijn verstand zei me dat ik dat fysiek nooit gered zou hebben en heb dit dan ook uit mijn hoofd gezet en bewaar het tot een volgende reis - een enkele keer neem ik een verstandige beslissing.

          In Thórsmörk  - Grettisskarđ bij de Stakkholtsgjá - kwamen we nog eenmaal een verwijzing naar Grettir tegen en ik weet zeker dat ik er onderweg nog vele heb gemist. Wat één man zijn stempel kan drukken op een land! Zo is er, om mee af te sluiten, jaarlijks, in augustus, een Grettir festival waar sterke mannen en vrouwen strijden om de Grettir cup. En niet te vergeten: er is zelfs een kaas naar hem genoemd!

Geweldig!

Tonny Buijs

Januari 2008