DE UNIEKE WATERVALLEN VAN IJSLAND

 

Vijftien weken rondfietsen op het barre IJsland. Voor de een >n onzalige gedachte, voor de ander een plezierige uitdaging. Afgelopen zomer ben ik die uitdaging aangegaan. Ik heb dat land, dat zo ver weg lijkt, dat woeste en koude land daar ergens in die weidse oceaan, leren kennen vanaf het zadel van mijn mountainbike. Ik heb zijn wegen, hellingen en weer getrotseerd. Ik heb zijn altijd waaiende wind overwonnen. En ik ben bijna kapot gegaan aan zijn pure - nauwelijks te bevatten - schoonheid. 

IJsland is bekend onder vele benamingen. 'Land van Vuur en IJs' is er een van. Niet vreemd als je wordt geconfronteerd met werkende vulkanen en de grootste gletsjers van Europa. Ronduit spannend is het op de plaatsen waar vuur en ijs elkaar ontmoeten, zoals bijvoorbeeld bij Kverkfjöll een geothermisch veld ten noorden van de Vatnajökull. Daar ervaar je een absurd landschap met hete bronnen te midden van sneeuw en ijs. Het hoogtepunt daar is de ijsgrot. Een warme beek, die ergens onder de gletsjer ontspringt, holt door zijn hitte de muur van ijs uit waardoor >s werelds grootste ijsgrot ontstaat. Het cliché wordt daarmee werkelijkheid.

Ronduit desastreus is de combinatie van een werkende vulkaan onder een gletsjer. Voorbeeld daarvan is de Grimsvötn onder de Vatnajökull. Onzichtbaar onder de ijskap bij de Grimsvötn ligt een heus meer. In de herfst van 1996 hebben we kunnen zien waartoe deze combinatie leidde. Op 5 november, een maand nadat de vulkaanuitbarsting bij Grimsvötn plaatsvond, werd de ijskap door een geweldige watermassa opgetild. Het gedurende een maand overmatig gevulde meer liep leeg en een vloedgolf trok over de Skeidarársandur, de gigantische spoelzandvlakte in het zuiden van het land. Een groot deel van de Ringweg tezamen met een aantal bruggen is toen weggeslagen. Mijzelf nietig voelend in dit gletsjerlandschap rijd ik over de nieuwe weg door de Skeidarársandur. Ik bedenk me dat hier niet zo heel lang geleden brokken ijs als huizen zo groot voorbij dreven. En in zekere zin kan het ieder moment weer gebeuren. Je kunt niet ontkennen dat er in de vernietigende kracht, waarmee een jökulhlaup toeslaat, zoals zo=n vloedgolf officieel heet, een zekere schoonheid is te vinden. Beelden daarvan gingen in ieder geval de hele wereld over.

Er is dus alles te zeggen voor de benaming ALand van Vuur en IJs@. ALand van Buitensporige Kleurenpracht@ is een ander. Nooit werd ik geconfronteerd met zo=n overweldigend kleurenspectrum. De zwarte grindwoestenij in het binnenland of het zwart van de immense Skeidarársandur. Nooit geweten dat er zoveel tinten zwart bestonden. En dan het contrast, wanneer in die woestenij ineens een oase van groen opduikt.

Wat te denken van de giftige kleuren op de geothermische velden? Je weet niet wat je ziet, al die felle kleuren van de verschillende mineraalafzettingen. Het geel van zwavel, het wit van gips en de vreemde oranje-roze kleur van de bodem. Het is een uitzinnige combinatie die nauwelijks valt te overtreffen.

Maar wie weleens in een bijna heldere zomernacht, als de zon net onder de horizon is verdwenen, op IJsland heeft rondgefietst kan beamen dat hij in een sprookjesland verzeild is geraakt. Aan die sfeer en aan de bekoring van dat kleurenpalet kan helemaal niets tippen.

Wat mij betreft verdient IJsland nog een derde bijnaam. Voor mij is IJsland: AWatervallenland@. Is een waterval een waterval? Stomme vraag natuurlijk, maar dat er zo=n verscheidenheid aan watervallen bestond en dan ook nog binnen de grenzen van één land, dat had ik niet gedacht. Watervallen, ze zijn er in alle soorten en maten. In het noord-oosten bijvoorbeeld: de Dettifoss. Het brute monster dat tweehonderd ton water per seconde, vierenveertig meter de diepte in stort. Daarmee is hij de grootste waterval van Europa. En er stort niet alleen water over zijn rand. Hij transporteert ook onvoorstelbare hoeveelheden zand en grind. Gevaarlijk is hij ook. Afgelopen jaar nog vielen er bij verschillende ongelukken zeker vier mensen in het kolkende water. Een van hen moest dat met de dood bekopen.

En wat te denken van de Svartifoss gelegen in het nationale park Skaftafell? Hij geeft nauwelijks water, vergeleken bij de Dettifoss is het een druppelende kraan, maar het decor waarin hij valt... Een stukje natuurlijke architectuur waar je U tegen zegt.

De watervallen van IJsland zijn van een ongekende schoonheid. En ongemerkt werd mijn reis een bedevaart die langs ontelbare watervallen voerde. Natuurlijk heb ik genoten van de gletsjers, en van hun onvoorstelbare krachten waarmee ze het landschap vorm geven. Natuurlijk heb ik  genoten van de vele geothermische velden met kleuren die onaards lijken en verschijnselen waar je vol ongeloof bij staat te kijken. Zo is daar een geiser Ade Strokkur@ die om de vijf minuten, na eerst een verbijsterende blauw-groene Abal@ te hebben geproduceerd, een straal kokend water dertig meter hoog de lucht in spuit. En ik had mazzel. Na de recente zware aardbevingen, waar ik overigens niets van heb gemerkt, doet zelfs de naamgever aller geisers de grote AGeysir@ het weer na tientallen jaren van stilte. Na uren wachten voelde ik de explosies onder mijn voeten en hoorde ik het gerommel aankomen. Even daarna spoot de grote Geysir zijn schaal in golven leeg.

Natuurlijk heb ik genoten van de rust en de bekoring die de ruige en soms ongerepte natuur daar nog biedt. Vol verwondering heb ik gekeken naar de miljoenen zeevogels op de kliffen, naar de prachtig getekende Harlekijneenden en IJslandse Brilduikers bij het Myvatn en naar de talrijke steltlopers op de weiden die drukdoende waren hun jongen groot te brengen.

Toch, op een gegeven moment betrapte ik me erop, dat ik welbewust van waterval naar waterval aan het fietsen was. Het was de rode draad die mij rond het hele eiland voerde. Van de Dynjandifoss in de Westfjorden tot de Hengifoss in het Oosten. Van de Godafoss in het Noorden tot de Skogafoss in het zuiden. Van de Gulfoss die zowat onder de toeristen bezwijkt, tot de vele kleine watervallen waaraan menig toerist achteloos voorbij raast. En dit alles op de mountainbike. Het transportmiddel waarmee je in principe alle plaatsen op IJsland kunt bereiken.

 

DE WATERVALLEN
Het ligt voor de hand om te beginnen met de Goudenwaterval: de Gulfoss. Er zullen niet veel mensen IJsland verlaten zonder deze waterval te hebben gezien. Het water van de witte rivier, de Hvítá, valt hier in twee fases, in totaal zo=n tweeëndertig meter naar beneden om in een nauwe kloof te verdwijnen. Het zonlicht wordt gebroken in de met geweld opgeworpen nevelsluiers wanneer het water in de smalle maar diepe kloof stort.

Zijn naam is afgeleid van de vele regenbogen die hem op een zonnige dag omgeven. Toch is dat niet helemaal duidelijk. Wat heeft een regenboog nu met goud te maken? Ik heb er een tijdje over zitten prakkiseren. Zou het gaan om de pot met goud die wacht aan het eind van de regenboog? Dan mag deze waterval met recht de naam Goudenwaterval dragen, want vaak zijn meerdere regenbogen tegelijk zichtbaar en dat betekent ongetwijfeld dat er meerdere potten met goud klaar staan.

Bij een waterval kun je uitstekend een waterkrachtcentrale bouwen. Aan het begin van deze eeuw dreigde dit lot voor de Gulfoss. Gelukkig voor mij en honderdduizenden andere toeristen is dat niet gebeurd. Het strekt trouwens ook ten voordele voor de IJslanders zelf. Deze topattractie heeft namelijk al heel wat kronen in het laatje gebracht.

Sigrídur Tómasdóttir de heldin die heeft gestreden voor het behoud van de Gulfoss en bereid was haar leven ervoor te geven is niet vergeten. Een monument ter nagedachtenis aan haar onverzettelijkheid staat vlak bij de door haar zo geliefde waterval.

 

De waterval van de Goden: de Godafoss, in het noorden van IJsland gelegen, doet aan een hoefijzer denken en is Aslechts@ twaalf meter hoog. Dat doet echter niets af aan zijn schoonheid. Hij ligt in de gletsjerrivier Skjálfandafljót en heeft zijn eigen legende, zoals alle bergen, rotsen, meren en vreemde verschijnselen in dit land hun eigen verhalen (en bewoners) kennen.

Het was in het jaar 1000. Een burgeroorlog tussen de aanbidders van Thór en de volgers van het nieuwe geloof: de christenen dreigde. Een man kreeg de taak deze oorlog af te wenden. Het was Thorgeir de AWetspreker@ van het Vikingenparlement, het Althing, die na vierentwintig uur mediteren besloot dat het hele land voortaan Christelijk moest zijn. Heidense rituelen mochten niet meer in het openbaar plaatsvinden. Dat mocht wel binnenshuis......... Dit compromis werd door beide kampen aanvaard.

Op weg naar huis kwam Thorgeir langs de waterval. Hij wierp zijn heidense godenbeelden in het water en vanaf dat moment had de waterval zijn naam. 

 

De Skogafoss vinden we in het zuiden, in de rivier de Skógá. Hij is zestig meter hoog en veertig meter breed. Het is de laatste waterval in deze rivier op weg naar zee. Boven de Skogafoss liggen op weg naar de Fimmvörthuháls nog meer dan twintig, vaak hele mooie, watervallen. Je kunt ze allemaal zien als je er een zware dagtocht wandelen voor over hebt. Beter is het deze route verder te volgen. In twee dagen voert hij je naar Thórsmork: een prachtig gebied ingesloten tussen gletsjers. Het is een geliefde wandeltocht die je zelfs door kunt zetten naar Landmannalauger. Maar dan ben je wel een week bezig.

Ook de Skogafoss heeft zijn legende. Er zijn meerdere legendes die handelen over begraven schatten, zo ook die van Thrasi, de kolonist die zijn kist met goud onder of achter de waterval zou hebben verstopt. De kist is nooit teruggevonden. En dat is niet omdat er niet naar gezocht zou zijn. Eenmaal slechts slaagde iemand er in een handvat van de kist te pakken te krijgen. Met veel kracht sleurde hij aan het handvat. De ring waaraan hij trok schoot plotseling los en de kist met de schat verdween weer even raadselachtig als hij verschenen was. De ring heeft daarna nog lange tijd dienst gedaan als deurklink van de kerk in Skógar. Nu is hij te bewonderen in het volksmuseum aldaar.

 

Het was een vermoeiend stuk fietsen naar de Dynjandifoss (ook wel Fjallfoss genoemd) in de Westfjorden. Het fietsen op IJsland is over het algemeen zwaar te noemen maar de Westfjorden zijn een graadje erger. De inspanning werd echter ruimschoots goedgemaakt. Wat een schoonheid! Als een bruidssluier valt deze magnifieke waterval over de steile rotswand. Het water valt steeds breder uitwaaierend honderd meter naar beneden in een adembenemend schouwspel. Onder aan de Dynjandifoss gekomen vervolgt het water op weg naar de fjord zijn route over nog vijf andere kleinere watervallen. Die fjord doet sterk denken aan de Noorse fjorden. Bij zonsondergang waan je je in het paradijs. Achter je de Dynjandifoss en voor je de oranje bal die langzaam achter een bergrug zakt en daarmee voor een uitgekiend kleurenspektakel zorgt.


Een kilometer of zeven ten westen van Húsafell liggen de Lavawaterval (Rhaunfossa) en de Kinderwaterval (Barnafoss). De Lavawaterval is door een geologisch hoogstandje echt uniek. Het water komt onder een poreus lavaveld door toegestroomd! Over een zone van zeker een kilometer Abruist@ het water in de voorliggende rivier.

De keus tussen de Lavawaterval en de Dynjandifoss over wie de mooiste waterval van IJsland is, is een moeilijke. In het voorjaar is het voor mij zeker de Lavawaterval. Het water van de Hvítá is dan prachtig blauw van kleur, wat een perfecte combinatie vormt met het water dat onder het lava toestroomt en dat wit gekleurd is. Later in de zomer is het water van de Hvítá wit/grijs van kleur en oogt de waterval minder mooi. De wit/grijze kleur wordt veroorzaakt door het vele gruis dat de, door de toegenomen hoeveelheid smeltwater, wild geworden rivier nu meevoert.

Een goede honderd meter Astroomopwaarts@ van de Lavawaterval ligt de Kinderwaterval. De Hvítá wordt op deze plek met kracht in een nauwe kloof gedwongen en dondert met veel kabaal. Ook aan het ontstaan van deze naam is een verhaal verbonden. In lang vervlogen tijden gingen een boer en boerin op weg naar de kerk. Hun twee kinderen lieten ze achter op de boerderij. Die kinderen echter wilden ook naar de kerk en ze liepen hun ouders zonder dat die het in de gaten hadden achterna.

Op weg naar de kerk moesten ze een waterval oversteken. Dat kon via een natuurlijke brug. Op de terugweg deden de boer en boerin een vreselijke ontdekking. Op de brug, net boven de waterval, stonden de klompjes van hun kinderen. Van hen ontbrak echter ieder spoor. Er was maar een verklaring mogelijk: de twee kinderen waren in het water gevallen en verdronken. Uit woede vernielde de boer de natuurlijke brug. Maar wie goed kijkt, ontdekt tussen de kolkende waterstromen een tweede. Sinds dit noodlottige voorval heet de waterval: Kinderwaterval. 

 

De zwarte waterval, de Svartifoss ligt in het park Skaftafell. Het is een van de publiekstrekkers aldaar. Van veel plaatsen op IJsland wordt de schoonheid bepaald door kolommen van basalt. Deze kolommen ontstaan in een soort van kristallisatie proces wanneer lava langzaam afkoelt. Bij de Svartifoss vormen de basaltkolommen een prachtig decor en een inspiratie voor velen. Zo hebben de Aorgelpjjpen@ die de waterval omgeven model gestaan voor de decoraties in het Nationaal Theater in Reykjavik.

De Svartifoss is niet de enige publiekstrekker in Skaftafell. Vanaf de heuvel heb je een geweldig uitzicht op de ijsmassa van de toestromende gletsjer de Skaftafellsjökull. Aan de gletsjer is goed te zien dat het klimaat is opgewarmd. Het ijs dat eens verbonden was met de Svínafellsjökull heeft zich in een periode van tientallen jaren teruggetrokken. Voor de gletsjer rest een landschap van ijs, modder, modder-ijs, grind en keien, en smerige bruine beekjes. Vanaf de andere kant van de heuvel kijk je uit over de eindeloze vlakte van de Skeidarársandur.

 

Aan het einde van de reis wachtte de Hengifoss een van IJslands hoogste watervallen. Ten onrechte ging ik ervan uit dat het wel een miezerig waterstroompje zou zijn dat over een saaie rotswand zou vallen. Niets was minder waar. In deze door toeristen verlaten uithoek - het oosten - werd ik verrast door de schoonheid van de waterval die ook nog eens aan het eind - of is het begin? - staat van een woeste kloof. Voor mij is deze kloof een van de mooiere plekken van het land.

Op weg naar de Hengifoss, vanaf de weg is het een uurtje lopen, kom je langs de Lítlanesfoss. Dit is een waterval die sterk aan de Svartifoss doet denken, want ook deze is omgeven door basaltkolommen. In de kloof ligt nog een derde pittoreske waterval. Voor zover ik weet zonder naam. Deze waterval kun je alleen zien als je niet via het gebaande pad naar boven gaat, maar wanneer je via de rechterzijde langs de kloof omhoog gaat. Het is sowieso een aanrader om ook eens via deze kant naar de Hengifoss te lopen. Onder andere omdat het een heel ander gezicht op de Lítlanesfoss geeft. Enigszins verborgen achter de Lítlanesfoss - en eigenlijk onderdeel daarvan - ligt een kleine maar symmetrisch perfecte kolommen waterval. Onmogelijk te fotograferen en nauwelijks te bekijken. Het is een geheime schoonheid.

De Hengifoss torent hoog boven het landschap uit. Hij is dik boven de honderd meter. Het rare is dat je niet te zien krijgt waar het water de grond weer raakt. Alleen als je er een opwindende klauterpartij met grote kans op natte voeten voor over hebt kun je bij de Abron@ komen. Geheel ongevaarlijk is deze tocht ook niet. Ik ondervond het zelf. Voorbij het punt waar zelfs de meeste avonturiers zouden stoppen, ging ik door. Voor een goede foto moet je tenslotte wat over hebben.

Ik had het in mijn hoofd: Wanneer ik op die steen stap, dan glijdt ie weg. Ik wist het en daarom was ik erop voorbereid. Ik stapte en gleed te midden van een kleine steenlawine vijf meter naar beneden. Het fototoestel hield ik met een hand hoog in de lucht terwijl ik op mijn rechterzij en met mijn rechterbeen hevig remmend naar het riviertje schoof. Ik had niet eens blauwe plekken! Ik stond nu op een plaats waar weinigen me zijn voorgegaan en had de kans om een aantal ongebruikelijke opnamen te maken van de Hengifoss die oorverdovend en dreigend op me neerkeek.

Ik heb geen moment spijt gehad om mijn baantje vaarwel te zeggen om maanden op IJsland te gaan fietsen. Het is zwaar, dat is zeker waar maar de beloning die dit land en zijn inwoners je geven zijn ongekend. IJslanders vinden fietsers op zich een beetje - prettig - gestoorde lui. Buiten de stad zul je ze zelf dan ook niet op een fiets aantreffen. Ze kennen hun land met zijn grillen maar al te goed. Het is dan ook goed te weten dat ze je, wanneer dat onverhoopt nodig zou zijn, altijd zullen helpen. Het kwam regelmatig voor dat wanneer ik gewoon langs de weg stilstond om te genieten van het uitzicht er een auto stopte om te vragen of ik hulp nodig had. Zo=n gebaar geeft je toch een warm en veilig gevoel.

 

Tonny Buijs