IJSLAND; PLEZIERIG AFZIEN

 

Vier maanden lang op de fiets door IJsland.

Deel 1. Voorbereiding en uitrusting


Ook aan een uitdaging toe? Ga dan eens fietsen op IJsland. De IJslanders zelf zul je niet tegenkomen om op de fiets hun eiland te verkennen. Dat vinden ze gekkenwerk. Al die toeristen die met de fiets komen, zijn volgens hen gestoord - prettig gestoord dat wel. Zelf rijden ze het liefst in een 4 x 4 jeep.

En het mooie van IJsland is: je kunt het zo gek maken als je zelf wilt. Hou je het aan de veilige kant, dan beperk je je tot de Ringweg (Nr. 1) die ongeveer 1400 km lang is en die bijna de hele kuststrook†van het land ontsluit. Wil je wat meer avontuur en rust, dan pak je af en toe een niet geasfalteerde - dus gravelweg mee. Nog spannender wordt het als je tochten gaat ondernemen in het verlaten en onbewoonbare binnenland. En zelfs hier zijn weer graduaties in. Wil je ploeteren door los zand op weg naar de Askja? Wil je zoveel mogelijk rivieren doorsteken? Op IJsland is alles mogelijk. Het is aan jullie de uitdaging aan te gaan. En mocht je een keer in de problemen komen, diezelfde IJslanders die je tot gek verklaarden zijn altijd bereid te helpen. Heimelijk zijn zij vol bewondering dat je hun woeste land op de fiets durft te bereizen / te bedwingen.

Ik was toe aan een nieuwe uitdaging in m=n leven. Daarom wilde ik er eens voor langere tijd op uit. IJsland, dat land had me altijd al aangesproken. Met zijn vulkanen, gletsjers, watervallen, geisers en ongerepte natuur moest dit het beloofde land voor een geograaf en natuurliefhebber - zoals ik - zijn. Alles uit de studieboeken zou ik op een presenteerblaadje aangeboden krijgen en wie weet zou ik zelfs een live-show meemaken: >n aardbevinkje of >n vulkaanuitbarsting misschien? In dat land is alles mogelijk.

Zo=n lange tijd (3,5 maand IJsland + 2 weken van Denemarken naar Nederland) naar IJsland viel voor mij maar op een manier te bekostigen: per fiets. De fiets had daarnaast vele voordelen. Ik zou dicht bij de natuur staan, ik kon zo=n beetje overal komen waar ik zijn wilde (kan met een gewone auto niet) en ik kon behoorlijk veel uitrusting meenemen. Daaronder een complete foto- en visuitrusting.

Er was ook een aantal maren. Ik was nooit op fietsvakantie geweest, fietsen is absoluut geen hobby van me en wat ik zo begreep uit de boekjes was IJsland niet het meest eenvoudige land om te gaan fietsen. Daar moest je toch wel behoorlijk voor getraind zijn. Daar kwamen ook die verhalen over lekke banden - als je mij een band hebt zien plakken dan weet je het wel -, kapotte spaken, weggeblazen tenten, het slechte weer en de slechte wegen nog bij. Kortom, de uitdaging werd alleen maar groter. Precies wat ik nodig had.

Ik begreep wel meteen dat een goede voorbereiding essentieel was. Dat betekende dus de aanschaf van goede spullen en een goede mentale voorbereiding. Dat laatste betekende niet alleen dat ik rekening hield met het ergste dat me te wachten kon staan - het denken in worst-case scenario=s - maar ook dat ik veel las over al het moois dat me te wachten stond. Met ander woorden: ik maakte plannen om al dat moois zonder grote problemen te kunnen zien. Waar lagen de plaatsten die ik wilde bezoeken en hoe kon ik die op een veilige manier bereiken?

De fysieke voorbereiding was minimaal. Ik bezat een redelijke conditie, alleen geen fietsconditie. Dat moest toch maar genoeg zijn. En het bleek genoeg. Op IJsland is het belangrijkste dat het Atussen de oren goed zit@. Kom je fietsend niet verder, dan ga je lopen en als het moet kruip je. Eenmaal het uitzicht vanaf de beklommen berg en alles is vergeten. Dan waan je je de koning van de wereld.

 

De uitrusting
De aanschaf van de goede fiets was het eerste obstakel. Je leest eens wat, neemt de raad ter harte van vrienden en kennissen die ervaring hebben met fietsen, en dan sta je in de winkel. Voordat ik naar de winkel ging voor de daadwerkelijke aanschaf, wist ik eigenlijk al precies wat ik hebben wilde:

 

1.        een mountain-bike
- is absoluut noodzakelijk op IJsland. Zelfs als je alleen de Ringweg zou doen. De redenen: niet de gehele Ringweg is geasfalteerd. Bij het Myvatn en bij Egilstadir bijvoorbeeld liggen stukken weg die behoorlijk slecht zijn en de hellingen zijn hier behoorlijk steil (tot boven de 20%). IJslanders leggen de wegen gewoon - hup - recht tegen de berg aan. Voordeel van de (zwaar bepakte) mountain-bike zijn de kleinere wielen waardoor je makkelijker bult op fietst.

Welke eisen stelde ik aan de mountain-bike?

- minimaal LX Shimano-groep

- tear-drop frame, zou volgens zeggen steviger zijn

- Anormale@ cantilever remmen. Geen hydraulische - nieuwerwetse- toestanden. Kunnen alleen maar kapot gaan, en dan zit je daar met in geen velden of wegen iemand te bekennen. Een remkabeltje heb je zo vervangen.†

- nokjes voor tassendragers

- bullbars, kun je tijdens het rijden wisselen van handgreep, dus houding en dat is best prettig.

- stevige trappers, waar ik met m=n bergschoenen op kon

- een ongeveerde voorvork, een geveerde kan alleen maar kapot gaan

- -tig versnellingen. Zorg dat je goed voorzien bent in de lage versnellingen.

Minimaal 1: 1 maar kleiner is niet verkeerd.

De keus viel op een Bulls 8505 waar de winkelier voor mij een andere - ongeveerde - voorvork in zette. Scheelde nog in de prijs ook.

De rest van de uitrusting:

 

2.       De dragers
Op de kwaliteit daarvan kun je absoluut niet bezuinigen. Op de gravelwegen krijgen ze zoveel opdonders dat slecht materiaal echt kapot gaat. En ik heb ze onderweg gezien.

Omdat ik zoveel spullen mee moest nemen, zat er daarnaast voor mij niets anders op dan de aanschaf van een aanhangwagentje. Ik koos voor een BOB-Yak. Zonder dat ik aandelen in het bedrijf heb: het is een perfect ding. Ik raad hem zelfs aan, ook als je niet zoveel spullen bij je hebt als ik. Laad†gewoon je spullen op de BOB en je merkt niet eens dat je bagage bij je hebt.


3.       De tassen
Ook voor in de BOB-Yak aanhanger

Dat was een vrij makkelijke keuze. Ze moesten absoluut waterdicht en stevig zijn. Van alle kanten hoor je dan: Ortlieb, Ortlieb. Dus het werden dure Ortlieb-tassen. Ze voldoen uitstekend en het overgrote deel van de andere fietsers die ik tegenkwam gebruikte dezelfde tassen als ik.

Waterdicht is zo belangrijk in dit land. De wind is altijd koud, als het daarbij bewolkt is, is het direct ijskoud. Als je dan met natte spullen zit. Dan geef ik het je te doen.

 

4.       De tent
Wind-, waterdicht en stormbestendig. Het waait op IJsland altijd, meestal hard. Zet je tent als het ook maar even kan wind beschut op. Onverwacht kan de wind aanzwellen tot stormkracht. Zelf heb ik meerdere keren voortijdig ingepakt omdat ik bang was dat de tent kapot geblazen zou worden. Op de Westman-Eilanden had ik zoveel wind dat niet eens te overwegen viel om de tent op te zetten.

 

5.       Kleding
Ik geef aan wat ik gebruikte. Een fleece-jas en een fleece-trui. Daarover een Gore-tex regenjas waarvan eigenlijk het belangrijkste is dat die helemaal winddicht is. Ik droeg bergschoenen. Daar kon ik alles mee doen, wandelen, klauteren etc. Een korte fietsbroek met zeem. Het was nog een grote schok dat ik zo=n ding kocht. Ik wilde er eerst niet aan, leek me als niet fietser totaal overbodig. Gelukkig overtuigde een collega me. Ik schat dat het zeemleer drie kwart in de zadelpijn scheelt. De mijne koste rond de 70 gulden. Ga je fietsen in mei-juni dan is het aan te raden om een muts en handschoenen mee te nemen.

Over het fietsbroekje droeg ik doorgaans een katoenen legerbroek. Met deze kleding heb ik heerlijk gefietst.

Om even terug te komen op de regenkleding. Ik had hoezen bij me voor over de schoenen (werken goed bij buien) en ik had een regenbroek bij me. Die laatste heb ik eigenlijk niet gebruikt. Ten eerste omdat ik weinig regen heb gehad. Als het een dag wel regende bleef ik in de tent. Ik had toch tijd genoeg. Ten tweede regenbroeken blijven ondingen. Je wordt net zo nat van het zweet als van de regen. Dat geldt ook voor de dure Gore-tex regenjas. Het heeft speciale kwaliteiten, maar al zet je alle tochtgaten open, zweten doe je toch. Die jas was echter wel winddicht. Zeer belangrijk op de open vlaktes hier. Vanwege de koude wind is pauzeren niet altijd een pretje. Zeker als het zonnetje niet schijnt. Om je tegen afkoeling- en verkoudheid te beschermen moet je tijdens een pauze iets extra=s aantrekken, en om te voorkomen dat de wind alsnog dwars door je heen blaast moet je een winddicht-jack hebben. Beschutting is er op veel plekken nauwelijks.

Een muts is handig. Beschermt je tegen aanvallen van Noordse sterns, maar niet tegen die van Grote jagers. Ook dempt een muts het geruis van de wind om je kop. Voor 5 gulden had ik een leger bontmuts.

Handschoenen zijn meer dan handig, soms zelfs noodzakelijk tegen de kou in combinatie met de wind. Zelf had ik fleece windblock handschoenen.

 

6.       Overige
- Ik had twee bidons, daarbij sleepte ik een 2 liter fles Fanta - gevuld met water - mee. En soms ook nog een volle fles Fanta voor de suiker. Het water uit de rivieren, beekjes en meren heb ik zonder problemen gedronken - lekker! Toch zijn er ook op IJsland droge gebieden. Met name het Zuid-Westen en Noord-Oosten. Niet dat het daar niet regent maar het water zakt daar meteen weg in de poreuze lava. De reden dat ik zoveel water meenam: ik wilde koste wat kost uitsluiten dat ik zonder zou komen te zitten. Stel dat het gaat stormen en je zelfs lopend niet verder kunt. Het is mij niet overkomen maar ondenkbaar is het niet.

- kilometerteller. Nuttig apparaat. Vooral in het binnenland. Weet je ongeveer hoever dat je nog moet voordat je in die warm water bron kunt springen.

- achterspatbordje. Nuttig voor als het een keer geregend heeft. Smerig wordt je hier toch wel. Vooral als je op een gravelweg gepasseerd wordt door een auto. Die stofwolk!

- voorstandaard aan de low-rider drager. Ik gebruikte een zelfbouw en deze bleek eigenlijk onmisbaar.

- mobiele telefoon. Mijn Nokia met KPN-abonnement werkte redelijk goed. Al bevond ik me regelmatig buiten bereik van het netwerk. Dat geldt in ieder geval voor het binnenland.

- landkaarten. Ik gebruikte een set van vijf kaarten van Landmaeligar Islands schaal 1: 250.000 en dat beviel prima. Lach niet, ik heb zelfs fietsers op een toeristenfolder zien fietsen. Ze wisten op geen uur na waar ze waren! Een goede kaart kan je zoveel vertellen.

Het is handig om op de kaarten aan te geven waar voor jou de interessante plekken zijn. Hoef je niet steeds het reisboek bij de hand te hebben. Het gaat dan om bezienswaardigheden, maar ook slaapplaatsen en plaatsen waar je eten kunt kopen e.d.

Een goed reisboek is een must. Ik gebruikte AReishandboek IJsland van Arnold Janssen@ en AIsland per Rad van Ulf Hoffmann@. Het laatste boekje zat bij de meeste fietsers in de tas. Beide boeken heb ik veel gebruikt.

- muggennetje. Komt van pas bij het Myvatn en dat meer is eigenlijk verplichte kost voor iedere IJsland reis. Wat valt daar veel te zien!

- Achteruitkijkspiegeltje. Had ik niet. Normaal gesproken hoor je een auto al van verre aankomen. Op smalle gravelwegen echter, waar je kuilen moet ontwijken en met al dat windgeruis hoor je auto=s die je op de smalle weg willen passeren niet altijd. Zul je zien dat net op het moment dat je een diepe kuil wilt ontwijken er een auto naast je zit.

 

7.       Reserve-onderdelen
Wat neem je mee? Alles! Waarschijnlijk gebruik je het meeste niet maar je ontkomt er niet aan. Er zijn op IJsland niet veel fietswinkels (zeker wel in Reykjavik en Akureyri) en je kunt er donder op zeggen dat als er iets gebeurt het in de middle of nowhere is. Overigens, IJslanders zijn een behulpzaam volkje.

Bang geworden door alle verhalen had ik bij me:

- twee doosjes Simson plakspullen

- tien spaken

- 3 binnenbanden

- 1 buitenband (bleek onvoldoende). Na 3200 km (500 Ned + 2700 IJsland) was de achterband helemaal op.† 800 km verder was de voorband bijna versleten. Omdat ik geen buitenband meer had werd besloten om het voorwiel te wisselen met m=n vriendin die eerder naar huis ging.

- twee setjes remblokjes

- twee remkabeltjes

- een stukje ketting plus een aantal losse schakels. Het is van groot belang de ketting goed te blijven oliŽn, net als de derailleur en de remmen. Ze komen namelijk onder te zitten met ongelooflijk smerig stof dat zo hard wordt als beton.

- en het gereedschap om de boel te kunnen monteren.

Gelukkig heb ik niet veel lekke banden gehad (3 stuks, de laatste kreeg ik 3 kilometer voor de veerboot naar Denemarken). Want het plakken bleek een serieus probleem. De eerste lekke band kreeg ik toen ik de achterband had opgepompt bij een tankstation. Lekker hard! Toen ik meteen daarna overvallen werd door een hittegolf bij het Myvatn kwam er een scheurtje in de binnenband. De zonneschijn had de druk te hoog gemaakt.

Geen nood, ik had al eens eerder een band geplakt. Soms succesvol. Enige zweetdruppels later zat de plakker erop. Ziezo. Buitenbandje erover en klaar. Dat ging wat stroef. Even de bandenlichter als hefboom...... psssst. In plaats van een gat had ik er nu drie! Straaltjes zweet later waren alle gaten voorzien van een plakker en! Zonder bandenlichter de buitenband erop. Daarna rustig slapen.

De volgende dag, na tien meter. Ik had niet eens gefietst. Pssssst, weer lek. Verdomme. Wat bleek: onder de plakker precies boven het oude gat was een blaasje ontstaan dat uiteindelijk een gat werd. Dwars door de plakker heen. Nieuwe plakker erop en gaan. Vijfhonderd meter verder, lek, een ander gat was opnieuw lek. Zelfde verhaal. Met de plakkers die ik had - gewoon uit het Simson doosje - kreeg ik de gaten niet dicht. Die konden blijkbaar de druk niet aan en ik heb een nieuwe binnenband gelegd.

Ik was geen ervaren bandenplakker maar deze waren volgens mij volgens de regelen der kunst geplakt. Wat was hier aan de hand? Eerder had ik in Nederland dezelfde achter-binnenband met succes geplakt met een zogenaamde Abuitenbandplakker@. Die plakkers met een zilverpapiertje erachter. Die konden schijnbaar de druk wel aan. Helaas zaten die niet meer in het doosje. Voldoende meenemen dus.

Het tweede lek dat ik kreeg kwam doordat ik te lang met de versleten achterband doorreed. Dat kleine lek heb ik niet gedicht maar heb meteen een andere binnenband gelegd. Het derde lek heb ik wel gedicht en weer was er een probleem. Twee kilometer verder, weer lek ondanks de verkregen buitenbandplakker. De band was bij het lek onder de plakker door gewoon gescheurd! Door de grote druk? Koste me in ieder geval weer een binnenband. Daarvan zou ik er zeker voldoende meenenen. Minimaal drie.

Het plakken ging later beter. Vanaf Denemarken heb ik -tig lekke banden gehad. Meestal betrof het de achterband waar door de druk steeds gaatjes in kwamen. Hield ik de achterband relatief slap dan ging het goed. Zodra ik de band harder oppompte om makkelijker te fietsen, dan begaf de binnenband het, steeds op een andere plaats. Deze lekken kreeg ik makkelijk geplakt met die buitenbandplakkers maar ik vind het een vreemd verhaal. Je moet een achterband toch normaal hard kunnen oppompen?

In al die tijd knalden er vijf spaken uit. En dat is ook wel een verhaal. Als eenmaal spaak nr. 1 eruit ligt volgen nummer 2 en 3 vrij snel. Dat bleek toen ik te lui was de eerste gelijk te vervangen. Ook bij andere fietsers knapten er spaken. Ook alle in het achterwiel wat logisch is. Neem er maar een stuk of vijf mee.

Ik had dus al het gereedschap bij me. Alleen het kunstje om het te gebruiken had ik niet geleerd. Hoe haal je die tandkrans eraf? Kon toch nooit moeilijk zijn. Mij lukte het dus niet. Ten lange leste heb ik de nieuwe spaken er maar doorheen gebogen en aangedraaid. Krom als een hoepel maar ze hielden het. Thuis oefenen dus. Het kunstje van een wiel spaken kende ik gelukkig wel.†††††

Conclusie over de uitrusting. Uit eigen ervaring en bij wat ik bij anderen onderweg gezien heb, is een ding heel duidelijk geworden. IJsland is typisch een land waar je wordt afgestraft als de boel niet 100% in orde is. Ik heb prettig gereisd maar ik ben ook mensen tegen gekomen die het door hun minder goede voorbereiding: AAch, dat is toch niet nodig@ moeilijker hadden dan had gehoeven. Daaronder waren hele ervaren fietsers die in Europa - dat jaar al - duizenden kilometers hadden gereden. IJsland was zelfs voor hun een ander verhaal. Mijn reisverhaal staat in deel twee. AHET REIZEN@.


 

Deel 2. HET REIZEN


Mijn ervaringen omtrent het reizen in IJsland staan hieronder beschreven. Om het overzichtelijk te houden heb ik per onderwerp mijn ervaringen beschreven.

 

Reistijd

Ik heb het idee dat de meeste fietsers begin juli - half augustus rond pedaleren. De temperaturen zijn dan gemiddeld behoorlijk hoog. Geen mutsen en handschoenen meer. Het is maar wat je wilt. Ik ben dol op de lente dus ik kwam eind mei. Ik vond het een te gekke periode met al zijn vogels en het nieuwe leven in de weilanden. De dagen duren dan ook bijna 24 uur.

Wil je meer van bloemen genieten dan kom je later zo rond juli. Het is ook dan maar wat je wilt. De orchideeŽn bijvoorbeeld bloeien al in juni en eind augustus staan de grasklokjes nog vol in bloei.

De reis ernaartoe kan op twee manieren. Per boot of per vliegtuig. De meeste mensen zullen terug met het zelfde transportmiddel gaan. Een combinatie is echter ook mogelijk. Het ligt eraan hoe lang dat je gaat. Voor een maand of korter is het vliegtuig ideaal. Instappen op Schiphol en nog geen drie uur later fiets je door het eerste lavaveld. De boot is interessant voor mensen die lang willen gaan. Het vliegtuig wordt in dat geval namelijk extreem duur. Ga je echt lang zoals ik gedaan heb, dan moet je wel een combinatie nemen omdat de veerboot vanuit Denemarken maar een aantal (zomer)maanden per jaar vaart. (Naschrift: inmiddels het hele jaar.)

Probeer je reis zo in te delen dat je de grote attracties of nationale parken niet bezoekt in het weekend (Skaftafell, Thorsmork, Landmannalauger). Op vrijdagavond trekken de IJslanders er massaal met hun jeeps en vouwwagens op uit. Bezoek grote watervallen en dergelijke het liefst na 19.00 uur. De hordes bustoeristen zijn dan verdwenen en de kans is groot dat je in je eentje kunt genieten.

 

De campings

Als het niet hoefde sliep ik niet op een camping. De reden daarvoor is eenvoudig. Een camping heeft doorgaans niets extra=s te bieden maar kosten wel ongeveer 500 kronen per nacht. Stromend water vind je bijna overal en een w.c. is niet echt noodzakelijk. Vaak is dit het enige dat een camping biedt. Douches ontbreken doorgaans en waar er wel een aanwezig is, is de kans groot dat je moet betalen voor een paar minuten warm water. Waar ga je dan wel heen om te douchen? Naar een zwembad natuurlijk! In Reykjavik bijvoorbeeld ga je naar het grote zwembad direct naast de camping, want de douches op de camping stinken nog naar zwavel ook! Maar zowat ieder gehucht heeft een zwembad. Doorgaans betaal je zo=n 200 kronen entree. Kun je zo lang douchen als je wilt, kun je heerlijk ontspannen in de Hot-Tub 37 - 41 graden of poedelen in het eigenlijke zwembad van 30 graden. Het warme water komt uit hete bronnen en kost de IJslander dus bijna niets. En de shampoo is ook nog gratis, en dat is niet voor niets. Het betreden van een zwembad kent een eigen etiquette. De hygiŽne staat hoog in het vaandel. Logisch met zulke temperaturen waar vervelende bacteriŽn zich heel goed in thuisvoelen.

Voordat je naar de kleedkamer gaat, soms zelfs al voordat je betaald hebt, trek je je schoenen uit. Waar lockertjes ontbreken kun je je waardevolle spullen afgeven bij de badjuffrouw. Daarna douche je helemaal naakt en was je je grondig. Daar wordt opgelet. De handdoek steek je in een rek dat bij de douches hangt. Daar droog je je bij terugkeer af en dan pas ga je naar de kleedkamer. Heel normaal eigenlijk maar in Nederlandse zwembaden gaat dat volgens mij niet zo. Ik stond de eerste keer in ieder geval vreemd te kijken en heb daarna die blik bij veel toeristen gezien. Ik heb dit zo uitgebreid beschreven omdat voor fietsers, naast de natuurlijke warmwaterbronnen of -beekjes zwembaden een paradijs op aarde zijn. Je hoeft maar een berg te beklimmen of over een gravelweg te rijden en je snapt waarom.

Campings dus liever niet. Soms ontkom je er niet aan. In nationale parken bijvoorbeeld ben je verplicht gebruik te maken van een camping. Een regel waar ik me goed in kan vinden, want die parken (b.v. Skaftafell en Myvatn) zijn meestal ook de grote toeristentrekkers. En in een grote stad als Reykjavik of Akureyri ga je ook niet moeilijk doen. De campings hier liggen dicht bij het centrum - zeker met de fiets, de zwembaden liggen er pal naast en de supermarkt bevindt zich op een steenworp afstand.

IJsland vraagt om wild kamperen. Mooier kan het niet en het mag in principe overal. Toch zitten hier wat addertjes onder het gras. Langs de Ringweg hebben de boerderijen hun grenzen tot pal aan de weg met een heining afgezet. Onderschat dat niet. Wil je daar staan met de tent dan is het wel zo netjes om dat even te vragen aan de boer. Het moet gek gaan wil je geen toestemming krijgen.

Veel stukken land zijn ongeschikt om de tent op te zetten. Ofwel het is rots of grind (vooral in het binnenland) of het is moeras dus te nat, of je staat totaal onbeschut. Een goede wilde plek vinden: beschut, met een riviertje en lekker vlak zacht gras dat valt niet altijd mee. Vaak helpt het, als je op de Ringweg zit, om een stukje een zijweg in te rijden.

Er is ook een aantal kampeerplekken (misschien is daar een lijst van?) waar je gratis kunt staan maar waar wel sanitair (goed verzorgd): W.C.=s en afwasbakken met stromend koud water plus en een heerlijk grasveld aanwezig zijn. Ik ken ze van Latrabjarg en van de Dynjandiwaterval beide in de Westfjorden en in Hveragerdi in het Zuiden langs de Ringweg.

 

De wegen

Daar gaat het altijd over als je over IJsland begint, en het weer, nog zo=n heikel onderwerp. Het waren voor mij twee factoren waar ik een beetje meezat. Wat als ik drieŽnhalve maand rotweer zou hebben: mist, regen, kou, harde wind etc? Zo kijken veel mensen er toch tegenaan. Ik kan je een ding vertellen. Ik heb buitengewoon goed weer gehad. Tot twee keer toe mijn kop verbrand! Bij Myvatn een hittegolf, bij Skaftafell iets dergelijks. Dan daarbij, de zon schijnt hier bijna 24 uur per dag. Regent het een keer, dan slaap je lekker uit of je stopt wat eerder met fietsen. De volgende dag straalt de zon weer. De langste periode echt beroerd weer duurde drie dagen en dat was bij Reykjavik. In deze omgeving had ik relatief vaak slecht weer.

Ik had alle tijd. Regende het een keer dan bleef ik in de tent: om een boek te lezen, om te schrijven en dergelijke dingetjes. Zit je onder tijdsdruk, je eten raakt op of je vliegtuig vertrekt overmorgen en je moet nog driehonderd kilometer dan zul je erdoor moeten. Troost je, meestal als het regent zijn het miezerbuitjes. Plensbuien heb ik - gok ik - twee keer gehad. Het weer is hier dus okee, of ik moet vijftien weken lang ontzettend veel geluk hebben gehad. Dat geloof ik niet.

Een aspect van het weer is wel erg hinderlijk: de wind. Grootste vriend of ergste vijand. Voor mij meestal vriend. Om dezelfde reden als bij de regen. Ik had tijd genoeg. Stond de wind verkeerd dan fietste ik niet of stopte eerder. Wind mee, dan lekker doortrappen. De jongens - want dat zijn voornamelijk jongens - die in drie weken het eiland rond willen, zullen echter onder alle omstandigheden moeten fietsen. Overigens >s avonds en >s nachts neemt de wind doorgaans aanmerkelijk af. Door >s avonds te gaan rijden sla je drie vliegen in een klap. Bijna windstil, geen drukte meer op de Ringweg en bij helder weer de mooiste kleuren die IJsland je kan geven. Man, wat is IJsland bij zonsondergang mooi. Met geen pen te beschrijven.

Het ergste is harde zijwind. Soms houd je de fiets gewoon niet op de weg. En op de drukke Ringweg is dat best link. Probeer het ook niet te winnen van de wind. Houd een rustig beentempo aan, rijd dan maar 12 kilometer per uur of daaromtrent. Ga je harder, boven je macht, dan fiets je je gegarandeerd over de kop en kom je op het laatst helemaal niet meer vooruit. Met wind mee haalde ik trouwens makkelijk 30 - 35 km/uur.

De wegen, daar begon ik mee. Het heeft niet zoveel zin om aan te geven hoe slecht of hoe goed ze zijn. Met de juiste fiets en spullen en met de juiste instelling kom je overal overheen, alleen de snelheid en het comfort waarmee verschilt. En zo slecht zijn verreweg de meeste wegen niet. Goed, er zitten ontzettend veel kuilen en gaten in de gravelwegen. Heel vervelend voor automobilisten die daar overheen raggen. Als fietser vind je bijna altijd een spoor waar je ongehinderd vooruit komt. Er is echter een weg waarvoor ik u wil waarschuwen. Dat is de weg in Zuid-west IJsland met de nummers 42 en 427 die tussen ThůrlakshŲfn en Grindavik ligt. Die weg zit zo vol Awasborden@ en er ligt zoveel los gravel waar je wielen in wegzakken, waardoor je geen grip hebt, dat fietsen daar niet leuk meer is.

Sterker nog, gedeelten van die weg waren zojuist opgeknapt en van nieuw gravel voorzien. Daar was fietsen helemaal onmogelijk. Ik had de pech die route al in de eerste dagen van mijn reis te ontmoeten en lange tijd bleef vervolgens bij mij de vrees hangen dat meer van IJslands wegen zo beroerd voor de fietser waren. Gelukkig is dat niet zo.

Nog eenmaal slechts ben ik daarna zo=n Aopgeknapt@ stuk tegengekomen. Dat was een stuk van zes kilometer in het Noorden op het schiereiland Vatnsnes (wegnummer 711). Daar hadden ze gewoon een dikke laag grind overheen gedonderd! Ik kan met een gerust hart zeggen dat overal op IJslands wegen redelijk tot goed te fietsen valt, maar verwacht niet dat het Nederland is.

Voor alle duidelijkheid, deze opmerkingen gelden niet voor de binnenlandwegen. Afgezien van de KjŲlur heb ik daar geen ervaring mee. Van de route naar de Askja weet ik uit verhalen dat het op gedeelten vol zand ligt. Fietsen is daar onmogelijk zodat duwen overblijft. Sommigen krijgen daar genoeg van en keren terug, anderen hebben er lol in, zien er een zekere prestatie in, en klunen door. Mijn tip: Wil je naar de Askja of een van die andere mooie gebieden in het binnenland, neem dan de bus. Daarvoor zijn mogelijkheden te over.

Het is ook lastig aan te geven of een weg in goede conditie is. De eerste keer dat ik over de 35 reed was die redelijk goed en paar weken later was die weg totaal kapot gereden. De eerste keer dat ik de 365 reed, op weg van Thingvellir naar Geysir, was dat helemaal een gravelweg. De tweede keer lag er op drie stukken asfalt. Er ligt trouwens meer asfalt dan stond aangegeven op de kaarten die ik gebruikte. Dat was af en toe een prettige verrassing.

 

De mensen

IJslanders zijn erg aardige mensen die altijd bereid zijn je te helpen. IJsland is ook zo=n land waar je je meteen veilig voelt. Het kent geen of weinig criminaliteit. Ik schaamde me er zelfs voor om de fiets op slot te zetten. Dat heb ik dan ook alleen op de grote campings en in Reykjavik gedaan. En zelfs in Reykjavik had ik zoiets van; eigenlijk is het een belediging voor die mensen. Goed, dat gevoel kreeg ik dus.

Een paar andere voorbeeldjes. Op een keer merkte ik dat ik mijn fototas vergeten was. Die lag 35 kilometer terug op een plaats waar ik had gepauzeerd. 35 kilometer lijkt niet veel wanneer je wind mee hebt. Het zou me echter meer dan drie uur gekost hebben om terug te fietsen met deze tegenwind. En die tas lag daar maar met al mijn volle dia-rolletjes! Lichtelijke paniek brak uit. Gelukkig stopte er een busje bij het informatiebord waar ik stond. Ik trof de enige IJslanders die geen Engels spraken maar kreeg het makkelijk voor elkaar dat ik mee mocht rijden. De fiets liet ik staan.

De fototas lag er nog. Ik liep terug naar de weg, stak mijn duim omhoog en de eerste auto stopte. Het zal niet altijd zo gaan, maar ik bedoel maar.

Vaak ook als je even stilstaat langs de kant van de weg om even bij te komen of zo, stopt er een auto en vraagt de bestuurder of je problemen hebt. Dat geeft je toch een goed gevoel.

Of die keer dat m=n vriendin en ik zwaar aan het afzien waren: berg op en daarbij een keiharde wind van opzij en van voren. Stopt er een busje en vraagt de bestuurder of we een lift nodig hebben. Dat kwam goed uit. Alle zooi werd ingeladen en we gingen op weg. Die man vertelde trots honderduit over zijn mooie land (IJslanders zijn bijzonder trots op hun land) en wilde ons alles laten zien. Op de plek waar wij naar links moesten en hij rechtdoor stopte de man even en zei: AHet is jullie keus, moet ik jullie verder brengen of fiets je liever?@ Onze keus lag voor de hand. Hij maakte een omweg van zeker honderd kilometer om ons op de plek af te zetten! Van mij geen kwaad woord over IJslanders.

Ik hoop alleen dat de toeristen zich een beetje proberen te gedragen, want daartussen loopt een stel onbeschofteriken. Niet te zuinig.

 

Eten

Een niet te onderschatten item. Het fietsen hier kost enorm veel energie en dat niet alleen je bent ook nog eens continu in de buitenlucht. Een honger dat ik kreeg! Ik kon de hele dag door blijven eten, wat ik dan ook deed. Desondanks vlogen de kilo=s eraf. En o wee, als je zonder eten komt te zitten. Het overkwam mij eenmaal en dat was na een week of vier.

Op weg naar het Noorden moest een pas beklommen worden, daarbij kwam nog dat ik al twee dagen wind tegen had en dat mijn benen behoorlijk pijn deden. Met andere woorden: het schoot niet op en mijn eten raakte op. De laatste dertig kilometer, met een compleet lege maag, tot de eerste supermarkt waren een hel. Knorrende maag, geen macht meer in de benen - wel pijn -, fietsend kwam ik amper vooruit, lopen ging nog net maar ook dat bracht niet echt uitkomst. Wat heb ik genoten van die maaltijd bij de supermarkt. Dat kan ik je wel vertellen.

Sindsdien had ik altijd heel veel eten bij me, op het belachelijke af. Ik zie nog steeds het gezicht voor me van die Duitse collega. Hij zag dat ik eieren bij me had, en melk, yoghurt, cruesli, brood, Fanta, chips, Snickers, jam, appels, bananen etc. Zelf redde hij het op drie eetlepels cruesli per maaltijd en een beetje soep. Mij niet gezien. Ze verkopen hier geweldig lekkere Yoghurtjes in pakjes van een halve liter. Zuivelprodukten zijn relatief goedkoop.

Mijn advies daarom: Je kunt niet genoeg eten bij je hebben, minimaal voor twee dagen in reserve. Je weet nooit hoe het tegenzit; een (zand)storm, beroerd wegdek, noem maar op.

Op IJsland is alles te koop en alles is heel duur. Supermarkten zijn vaak tot 23.00 uur geopend. Dat is het probleem niet. Wel de afstand tussen de supermarkten. In de Westfjorden en in het Oosten liggen niet echt veel dorpjes. En ga je het binnenland in, daar vind je helemaal geen winkel. In dat geval heb je minimaal voor een week eten nodig. Ik heb al die extra kilo=s maar voor lief genomen, mijn lichaam vroeg er gewoon om en ik heb sindsdien geen honger meer gehad.

Na vier weken ongeveer verdween ook de pijn uit mijn bovenbenen. Niet dat ik daarna altijd Amacht@ had of niet heb afgezien, het was echter duidelijk dat mijn spieren zich hadden aangepast.

Denk ook vooral niet dat je alleen afziet. Ik heb ook de heel fanatieke fietsers, met duizenden kilometers in de benen kapot zien gaan op de bergen, door de wind of door het wegdek. Zij wisten niet dat het zo zwaar was en juist zij onderschatten het. Schrik nu niet. Die fietsers gingen natuurlijk ook over hun grenzen heen. Die lag bij hen misschien bij 130 kilometer per dag. Dat maakt toch niets uit als je zelf geniet van 50 kilometer per dag!

 

De route

Een paar kleine suggesties voor een route voor een gemiddeld iemand zoals ik die in tegenstelling tot mij maar vier weken tot zijn beschikking heeft. De route volgt grotendeels de Ringweg. Na aankomst in Keflavik volg je tegen de klok in de Ringweg. Geysir en Gullfoss die iets het binnenland in liggen en waar je absoluut heen moet, laat je voorlopig schieten. Je controleert natuurlijk wel of er zaken zijn die je perse wilt zien (raadpleeg genoemde of andere reisboekjes).

In het begin is het schrikken geblazen. De weg vanaf Keflavik en de Ringweg zeker tot Selfoss naar het Oosten en Borgarnes naar het Noorden is een drukke snelweg en soms levensgevaarlijk voor fietsers, vooral als er een harde zijwind staat. Vrachtwagenchauffeurs houden redelijk rekening met fietsers. Buschauffeurs en sommige Asportieve@ IJslanders niet echt. Opletten dus!

Ik reed zoveel mogelijk op het Avluchtstrookje@ langs de kant. Helaas, kan dat niet overal omdat grote delen van de vluchtstrook uit los gravel bestaan. Als ze die nu eens zouden asfalteren en de strook een halve meter breder maken dan zou het veel prettiger fietsen en vooral veel veiliger zijn.

Heb je het in ons geval tot aan Selfoss gered dan breken rustiger en vlakke tijden aan zodat je benen langzaam aan het land kunnen wennen. Schrik ook niet van het stuk Hveragerdi tot aan de Seljalandsfoss (foss is waterval) want dat is het lelijkste stuk IJsland dat ik ben tegengekomen. Vervolgens heb je tot aan HŲfn redelijk vlakke weg, die steeds rustiger wordt en waar je langzamerhand meegesleurd wordt in IJslands verlokkingen.

Veel verder, iets voorbij Djupivogur krijg je de kans een stuk van de Ringweg af te snijden. Dit gebeurt dan via de Oxi-pas. Ik heb het idee dat veel fietsers deze route nemen. Inclusief mijzelf. Laat ik er dit van zeggen (ik kwam vanuit het Zuiden), de hellingen waren het steilst, het wegdek het beroerdst en er is een kleine kans - ligt aan de maand waarin je zit, eind augustus had ik geen last - dat riviertjes een probleem opleveren. Daar staat geen enerverend landschap tegenover. Buiten de Asportieve@ prestatie mis je hieraan zelfs met mooi weer niet veel.

In het Noorden bezoek je uiteraard het Myvatn. Die omgeving is wel zo ongelooflijk mooi en er zoveel te zien...... Dat laat ik aan jullie. Het is nu wel een goed moment om je af te vragen of je het binnenland in wilt. Ik heb het nog steeds over een gemiddeld persoon. Dan heb je twee routes: Sprengissander en KjŲlur. De boekjes zeggen dat de KjŲlur mooier en makkelijker te fietsen is. Ik koos voor de KjŲlur. Wil je het binnenland niet in dan vervolg je gewoon de Ringweg. Later krijg je nog een kans om een stukje binnenland te zien, namelijk door de wegen 50 en 518 naar Husafell te nemen, te genieten van de immens mooie Rhaunfossa en via de Kaldidalur naar Thingvellir te rijden.

KjŲlur begint saai, maar goed ik zal niet teveel verklappen. De weg is tot vlak voor Hveravellir met z=n lekkere bad heel goed, vervolgens een stuk heel slecht om redelijk te eindigen. Het is trouwens aan te raden om van noord naar zuid te rijden. Een van de redenen is het saaie begin..... Het einde is een waar spektakel zeker met mooi weer en met name als je >s avonds rijdt. Enfin, dat moet u zelf maar ervaren.

KjŲlur is geheel droog, geen rivieren die je moet doorsteken dus. Wist ik ook niet. De ijverige IJslanders hebben hier de laatste jaren bruggen en dammen gemaakt.

De beloning, Ahet toetje@, voor het volbrengen van deze binnenland route komt in de vorm van de Gullfoss en Geysir, die je in het begin hebt laten liggen. Je bent hiermee weer in de bewoonde wereld, redelijk dicht bij Thingvellir, Landmannalauger en Thorsmork. Ik ben bij de twee laatsgenoemde niet geweest, de reden zal ik u besparen. Maar het is eigenlijk een verplichting daar wel heen te gaan. Het zijn de mooiste stukjes IJsland volgens iedereen.

Fietsend naar Landmannalauger moet kunnen. Thorsmork schijnt problematischer te zijn vanwege de vele rivierdoorsteken. Niets weerhoud je echter om de bus te nemen. Ook al omdat je wellicht krap in de tijd zit. De fiets plus alle bagage kan zover ik heb ervaren altijd zonder probleem met de bus mee. De ene keer moet je daarvoor wat extra=s betalen, een andere chauffeur vindt het wel best.

In vier weken kun je niet alles zien. De Westfjorden bijvoorbeeld laten veel fietsers links liggen. Een beetje ten onrechte. Latrabjarg en de Dynjandifoss zijn echte knallers in het toch al niet misselijke fjordenlandschap. Daar staat tegenover dat de wegen relatief slecht zijn en de hellingen steil en lang. Het is een feit dat in de acht dagen die ik in de Westfjorden rondfietste ik geen collega ben tegengekomen terwijl het fietsseizoen in volle gang was.

Bovenstaande is niet meer dan een leidraad, een suggestie. Het uitstippelen van uw route begint al thuis. Lekker rondneuzen in al die reishandboeken en al die interessante plaatsten aankruisen. Kijk in hoeverre je deze kunt inpassen in mijn route-suggestie en geniet van een heerlijke doevakantie. Vergeet ook niet te wandelen. Stap eens van die fiets en loop zo maar eens een paar kilometer een kloof in of een berg op. Zeker weten dat het een fantastische ervaring wordt.

 

Souvenirs

Het souvenir bij uitstek is de IJslandse wollen trui. Die kun je overal kopen. In Reykjavik heb je veel keus maar zijn ze belachelijk duur. Je bent ofwel gek of miljonair als je er daar een koopt. Op het platteland is de aanschaf het goedkoopst, alleen is de keus een stuk kleiner. Er is echter een goed alternatief. In Mosfellsbaer vijftien kilometer vanaf Reykjavik kun je de truien bij de fabriekswinkel van Alafoss halen. Veel keus en het scheelt je bijna de helft van de prijs vergeleken met Reykjavik En het is nog tax-free ook.

 

Wat ikzelf heel mooi vond:

- de kleuren

- de avonden en nachten

- de stilte, de rust, de vogels, de rotsen, de bloemen

Myvatn

Skaftafell

Geysir

De Westfjorden met Latrabjarg en de Dynjandiwaterval

Het gletsjerlandschap in zuid-oost IJsland (met voor veel mensen het hoogtepunt bij het ijsbergenmeer, het Jokulsarlon)

het vulkanisme en de geothermische velden

de verscheidenheid: geen 100 kilometer landschap is hetzelfde

de watervallen, met name:

Rhaunfossa

Godafoss

Svartifoss

Gullfoss

Skogafoss

Hengifossa

Dynjandifoss

en de honderden kleine.

Ikzelf heb IJsland ervaren als een grote Efteling. Een sprookjesland met enerverende attracties. De entree prijs die je moet betalen: spierpijn en zweetdruppels. En ik weet zeker, al ben je hier voor drie dagen of maanden, IJsland zal op een ieder een onuitwisbare indruk achterlaten. En misschien geldt dat nog meer voor een fietser.

 

BLESS BLESS

 

Tonny Buijs†