NAAR DE NOORDKAAP: INFORMATIEBLAD FIETSEN IN NOORWEGEN

 

Een fietsreis van vier maanden; voornamelijk in Noorwegen (ca. 4700 kilometer)

 

Vorig jaar heb ik vier maanden op IJsland gefietst (zie informatieblad IJsland). Omdat deze reis zo goed is bevallen, ben ik afgelopen jaar aan een reis richting de Noordkaap begonnen, die ook vier maanden duurde. Het doel was niet zozeer om de Noordkaap te bereiken, wat me trouwens ook niet gelukt is, als wel het landschap van Noordelijk Noorwegen te zien. Het – toeristische - andere gedeelte van Noorwegen had ik op een eerdere reis al gezien. Het niet bereiken van de Kaap was voor mij geen ramp. Ik gebruikte dit punt slechts als leidraad om het land te verkennen. Het is volgens mij onzinnig om in drie of vier weken naar de Noordkaap te fietsen omdat dit nu eenmaal het zogenaamde noordelijkste puntje van Europa is. Of je moet het zien als een sportieve uitdaging. Anders ben je geen haar beter dan de duizenden caravan- en camperrijders die zonder veel te zien in optocht naar dat veelbelovende punt rijden en voorbij gaan aan het echte Noorwegen.

 

De route
De vier maanden lange reis begon in Nederland. Ik ben om me in conditie te fietsen eerst naar Kopenhagen gegaan en dat is goed bevallen. In Denemarken heb ik veel Vikingen musea en dergelijke bezocht. Vanuit Kopenhagen ben ik met een zeer luxe – en dure - (love) boot naar Oslo gegaan. Je kunt natuurlijk ook bij Helsingborg oversteken en via Zweden naar Oslo fietsen.

Vanuit Oslo ging ik via de Dovrefjell naar Trondheim. Dit stuk van de route deed mij niet zoveel, met uitzondering van de nationale parken (Rondane, Dovrefjell). Het valt daarom te overwegen om via de westkust naar Trondheim te fietsen, maar besef wel dit waarschijnlijk heel zwaar is. Je krijgt er echter wel vele mooie watervallen en fjorden voor terug.

Vanaf Trondheim naar Namsos heb we heel veel orchideeën langs de kant van de weg zien staan. Boven op de heuvels had je vaak veengebiedjes.

Bij Namsos begint – of eindigt - de zogenaamde “kustroute” naar Bodo. Dit is grotendeels weg 17. Deze route wordt voor fietsers sterk gepromoot door de Noorse toeristenbureau’s. Hier heb je echt het gevoel in het mooie gedeelte van Noorwegen terecht te komen. Er kan bijvoorbeeld op ieder moment een zeearend overkomen.

Het is erg aan te raden om verscheidene eilandjes te bezoeken. Ik bezocht Leka en Lovund, maar er is keus te over. Je moet tijdens deze route met vele veerpontjes. Je kunt vrijwel overal een boekje krijgen met daarin vermeld de vertrektijden, maar de meeste gaan om de 1 a 2 uur en de fiets gaat gratis mee.

Van Bodo naar de Noordkaap kan via drie routes. Aan te raden is om via de Lofoten te gaan. Door het ruige weer, met het grote gevaar voor zeeziekte, ben ik via een van de twee andere route gegaan: namelijk richting Fauske. De andere twee routes beginnen met weg nr 80 richting Fauske. Na Fauske kun je kiezen uit: de E6 of een secundaire weg (nr. 826) richting Rosvik, dit alternatief kun je nemen om een stuk van de E6 met veel tunnels te omzeilen. Maar je moet dan wel met een boot die niet iedere dag vaart (goed plannen dus). Ik ben wel via de E6 gegaan die op zich door een mooi landschap komt, maar alleen veel te druk is. De E6 is niet toegankelijk voor fietsers tussen de plaatsjes Elvkroken en Sildhopen vanwege twee lange tunnels. Je moet dan een secundaire weg nemen, waarover je ook gekomen zou zijn als je de andere route (826; en de boot) zou hebben genomen.

Het wordt steeds minder erg (des te noordelijker je komt) om op de E6 te rijden. En op een gegeven moment ontkom je er ook niet aan. De drukte wordt namelijk steeds minder. Toch heb ik waar mogelijk een andere route gekozen. Op wegenkaarten zijn (de beperkte) alternatieven makkelijk zichtbaar.

Hoe noordelijker ik kwam des te mooier begon ik het landschap te vinden. Dit in tegenstelling tot wat veel toeristenboekjes schrijven. Het deed me sterk aan sommige landschappen van IJsland denken. Kaal en ruig met soms onwerkelijke kleuren en ook immens mooie fjorden.

De zwaarte van de tocht
Het is geen makkie om door Noorwegen te fietsen. Het continu heuvel op heuvel af (of berg op berg af afhankelijk van welke regio) fietsen is een behoorlijke belasting. Het was wat mij betreft geen slecht idee om via Denemarken te fietsen zodat ik al een hoop kilometers in de benen had.

De zwaarte van de tocht zit hem ook in de uitgestrektheid van het land. Je moet grote afstanden overbruggen om bij een volgend “doel” te komen, zoals een volgende stad of bezienswaardigheid. Boven de poolcirkel kan het weer een behoorlijk woordje mee gaan spelen. Harde wind op de hoogvlaktes en veel nattigheid, waardoor er nog meer van lichaam en geest gevraagd wordt.

De wegen
De wegen zijn uitstekend. Bijna alles is geasfalteerd. Minder leuk zijn de tunnels, waaraan niet altijd valt te ontkomen. Er zijn folders over tunnels in Noorwegen die onder andere aangeven welke toegankelijk zijn voor fietsers en welke niet. Ook staat hierin informatie over de lengte, bouwjaar en dergelijke. Misschien kun je rustige tijden kiezen om door de tunnels te gaan, zodat de kans minder wordt dat je van de weg wordt gereden door een overmoedige of oververmoeide camper- of caravanrijder, die zo snel mogelijk naar de Noordkaap wil. Het is altijd donker (al zijn ze zo ver ik weet allemaal verlicht) en kil in de tunnels en als er een auto aankomt wordt je overvallen door een oorverdovend lawaai. Het kan een beangstigende ervaring zijn. Zorg in ieder geval voor goede verlichting en een fluorescerend hesje.

Personen- en vrachtwagens rijden over het algemeen ruim om een fietser heen.

Als je van de grotere wegen af gaat wordt het terrein om te fietsen heuvelachtiger. De E6 is relatief vlak. De secundaire wegen kennen veel meer hoogteverschillen, maar zijn natuurlijk wel veel rustiger.

 

De beste reistijd
Waar ga je voor? Voor de midzomernachtzon, voor de bloemen, voor zo min mogelijk muggen: Na half augustus zie je in ieder geval boven de poolcirkel bijna geen fietsers meer. Alhoewel het daar dan prachtig is om te fietsen, vanwege de paddestoelen, rijpe bessen en de formidabele herfstkleuren. Ik heb het idee dat de meeste fietsers half juli tot half augustus rond trekken.

 

Het weer
Tot aan Ornes heb ik mooi weer gehad, maar daarna kwam de klad erin, eigenlijk tot aan de Noordkaap toe. Veel miezerregen en veel wind. Het weer in het Noorden kan sowieso snel omslaan. Binnen 10 minuten kun je van stralend weer in een storm terecht komen. Nu hadden ze boven de poolcirkel dit jaar helaas een slechte zomer.

Noorwegen is zo’n uitgestrekt land dat een algemeen weersadvies niet te geven is. Het is vaak wel warmer dan dat men denkt (door de invloed van de warme golfstroom).

 

De reis er naartoe
De reis er naartoe kan op twee manieren. Per boot of vliegtuig. Ik heb ervoor gekozen om op de fiets te vertrekken (om me in conditie te fietsen) en de boot in Kopenhagen te nemen. Je kunt ook een boot nemen in Kiel of Frederikshaven. Je kunt ook nagenoeg alles fietsen als je via Zweden gaat door in Denmarken (Helsingborg) de veerboot te pakten.

Het nadeel van vliegen, met een fiets als bagage is dat je vaak overgewicht hebt. Als je geluk hebt hoef je niet bij te betalen, maar als dit wel zo is (hier moet je dus vanuit gaan), is het een dure business. Op binnenlandse vluchten in Noorwegen wordt doorgaans niet zo moeilijk gedaan. Nederlandse fietsers staan erom bekend dat ze zwaar bepakt op reis gaan.

 

Reizen in Noorwegen
Mocht je het fietsen even beu zijn dan zijn er vier alternatieven: bus, trein, boot (onder andere de Hurtigrute) en vliegtuig. Met de bus heb ik zelf geen ervaring, maar ik heb wel bussen gezien die achterop een bak hadden speciaal voor fietsen. Met de trein kun je tot aan Bodo en tot Narvik als je via Zweden gaat. Treinen moet je meestal reserveren en niet in iedere trein kan een fiets mee.

Het vliegtuig is ideaal om grote afstanden mee te doen. Je kunt door heel Noorwegen vliegen en het is vaak goedkoper dan met de trein (mits je een paar dagen van te voren je kaartje reserveert). Er vliegen drie maatschappijen (SAS, Braathens en Wideroe). Check de prijs bij de verschillende maatschappijen want er kan een ENORM prijsverschil tussen zitten. Ook voor de fiets is alles goed geregeld. Je krijgt ter plekke plastic zakken om ze in te verpakken. De bagage afwikkeling gaat sowieso heel makkelijk.

Als laatste dan nog de Hurtigrute. Deze vaart tussen Bergen en Kirkeness en doet dagelijks dezelfde havens aan in beide richtingen. Veel fietsers nemen als ze eenmaal de Noordkaap bereikt hebben in Honningsvag de Hurtigrute tot aan Bodo en dan de trein of  het vliegtuig verder terug. Maar je kunt natuurlijk ook direct  vanaf Honningsvag terug vliegen.

 

Eten
Noorwegen is, zoals niemand zal verbazen, duur. Ieder dorpje heeft eigenlijk wel een supermarkt(tje). Het is dus niet nodig om voor heel veel dagen eten bij je te hebben. In de supermarkten is meestal een ruimte waar je koffie kunt pakken en je eigen eten op kunt eten. Ideaal als het slecht weer is. Uit eten is ook duur. Grote pizza’s en hamburgers in kiosken zijn echter wel te betalen. Dagmenu’s zijn ook betaalbaar en meestal erg lekker.

 

Tips:

In Kongsvoll (bij de Dovrefjell) is het eten haute cuisine, dus alleen geschikt voor mensen met een hele dikke beurs en met weinig honger.

In Otta bij het Solstad Kafe kun je een heerlijke hamburger eten met veel friet.

 

Campings
Campings zijn er genoeg. De Noren kamperen zelf ook graag. De prijzen varieren tussen de 80 en 120 kronen. Vaak moet je voor de douches extra betalen. Maar waarom zou je moeilijk doen. Je kunt overal je tentje opzetten.

 

Tips:

*          Net na Namsos (voor de echte grote klim) kun je links een landweggetje in, richting fjord waar je heerlijk vrij kun kamperen (en zwemmen).

*          Je kunt je tentje bij de gletsjer de Engabreen opzetten. De fiets kan mee in de boot naar de gletsjer toe. Dit is echt een geweldige plek met een prachtig uitzicht op de gletsjer. ’s Morgens kun je lachen om de “oudjes” van de Hurtigrute die 20 minuten de tijd hebben om naar de gletsjer te rennen.

 

GA NIET

Naar de Kronstadt camping in Alta. Hier moet je absoluut niet heen. Er wordt veel gestolen (heel on-Noors) en het ziet er niet naar uit dat daar snel een oplossing voor komt. In Alta zijn andere campings genoeg. Kies bijvoorbeeld degene die aan de weg ligt naar Kautokeino (richting de Sautso canyon). Een bezoek aan deze canyon is een aanrader.

 

De uitrusting
Goede spullen zijn belangrijk, vooral boven de poolcirkel. Wanneer het fysiek en psychisch zwaarder wordt hoef je je in ieder geval daar niet druk om te maken. En dit draagt weer bij aan je algemene welbevinden.

 

De fiets
Omdat ik nu eenmaal een Bulls 8505 (een mountainbike) heb, ben ik hierop richting de Noordkaap gegaan. Een mountainbike is niet noodzakelijk in Noorwegen. De (met veel oliegeld aangelegde) wegen zijn uitstekend. Wanneer je de beperking van jouw soort fiets kent, kun je op iedere fiets uit de voeten. Veel lage versnellingen zijn wel belangrijk in verband met het continu klimmen - en dalen.

 

De dragers
Goede dragers zijn belangrijk. Ik heb gekozen voor de achterdrager die op de Koga World Traveller wordt gebruikt. Dit ging naar alle tevredenheid. Omdat ik zoveel (foto)spullen mee moest nemen heb ik ook een aanhangwagentje. Dit is een B.O.B. Yak. Op IJsland werkte deze probleemloos. Dit jaar kreeg ik een probleem (na meer dan 8000 km in totaal) met het lager. De kogels liepen eruit en dan kun je niet verder. Een Duitser op de camping in Oslo meldde me al eerder het probleem. Ik weet niet hoe je hierop in moet spelen. Ik had geluk dat ik dichtbij een grote stad zat en aan een vervangend wieltje kon komen, want het lager was op zich niet te maken.

 

De tassen
Na de Ortliebtassen vorig jaar in IJsland gebruikt te hebben, zien ze er ook na deze vakantie nog goed uit (in totaal dus 8 maanden intensief gebruikt). Ze zijn absoluut waterdicht.

 

De tent
Wind- en waterdicht. Boven de poolcirkel kan het behoorlijk spoken. De tent moet dus ook stormbestendig zijn. Probeer de tent ook hier als het even kan beschut op te zetten. Onverwacht kan de wind aanzwellen tot stormkracht. Verder moet de tent goed afsluitbaar zijn, zodat er geen ongedierte zoals muggen en vooral midges (kleine bijtgrage vliegjes) de tent in kunnen.

 

Kleding
Ik geef aan wat ik gebruikte. Een fleece-jas en een fleece-trui. Daarover een Gore-tex regenjas waarvan eigenlijk het belangrijkste is dat die helemaal winddicht is. Ik droeg bergschoenen. Daar kon ik alles meedoen, wandelen, klauteren, etc. Een korte fietsbroek met zeem. Over het fietsbroekje droeg ik een katoenen legerbroek. Hiervan had ik er een extra bij me en verder nog wat t-shirts. Muts en handschoenen hoeven niet, tenzij je na september naar de Noordkaap wilt.

Regenkleding. Ik had hoezen voor over mijn schoenen die ik gebruikte wanneer ik in een flinke bui terecht kwam. Deze heb ik niet veel gebruikt omdat als het regende, het vaak langdurige miezer regen was. Dan worden je schoenen na verloop van tijd net zo nat van het zweten als van de regen. Om dezelfde reden heb ik ook mijn regenbroek niet veel gebruikt.

 

Overige

-         twee bidons, die ik vulde met water. Het water kun je in het algemeen uit stroompjes en beekjes halen. Toch blijft het opletten waar je het pakt, want overal staan vakantiehuisjes en ik weet niet waar die op af wateren. Staan er een of meerdere huizen stroomopwaarts pak dan liever een volgend stroompje. Pak ook geen water uit beekjes die door weilanden stromen waar volop schapen staan. Natuurlijk kun je altijd goed water krijgen op de w.c.’s van tankstations en supermarkten. Ook kun je het water koken als je het niet vertrouwd of zuiveringstabletten of –druppels toevoegen. Ik heb dit echter nooit gedaan. Meestal had ik ook een 1,5 liter fles Fanta achterop voor de suiker.

-         Kilometerteller, psychologisch belangrijk apparaat. Hier kun je je aan optrekken als het moeilijk gaat.

-         Mobiele telefoon, ik heb een Nokia met een KPN-abonnement, deze werkt overal.

-         Muggennetje, vooral in gebieden waar veen is en zeker in juni en juli. Finnmark is berucht om zijn muggen. Na half augustus is het over met de muggenplaag.

-         Goede verlichting voor in de tunnels is extreem belangrijk. En trek in de tunnels ook een fluorescerend hesje aan.

 

Reserve-onderdelen
Alles in Noorwegen is pinduur. In de grote steden zijn echter meestal wel winkels waar ze wat fietsonderdelen hebben. Soms vind je zelfs een echte fietswinkel. Op een reis naar de Noordkaap verslijt je waarschijnlijk een achterband en drie setjes remblokjes. Verder moet je spaken, plakspullen, reservebinnenband en gereedschap om de boel te kunnen monteren, meenemen.

 

De mensen
Je krijgt altijd meer dan dat je vraagt. De mensen zijn dus ontzettend behulpzaam, vriendelijk en aardig. Soms bijna op het genante af. Voorbeeld: toen bleek dat mijn wieltje van de BOB niet gemaakt kon worden kreeg ik zo (voor niks) een nieuwe. Weliswaar een tweedehandse maar ik hoefde er niks voor te betalen. Ik kan wel verklappen dat ik de Noordkaap net niet gehaald heb. Doodziek bereikte ik de laatste camping voor de Kaap. De mensen van de Midnattsoll Camping hebben me echt onbeschrijflijk goed geholpen. Ze zijn onder andere midden in de nacht met me naar de dokter geweest en hebben me naar het vliegveld gebracht. Ik heb echt veel aan die mensen te danken.

De mensen spreken over het algemeen goed Engels.

 

 

Flora en fauna
Wat moet je zeggen van de flora en fauna van een land dat zo onwijs groot is. Noorwegen kent verscheidene (voor Nederlandse begrippen) enorme nationale parken. Waar voor iedere specialist wel iets te vinden is. Of je nu gaat voor orchideeën, andere planten, vogels of zoogdieren. Ik beperk me tot een paar algemene dingen. In juli staan heel veel planten in bloei. Dit geldt zowel in het dal als op de hoogvlaktes. Dan vind je dus ook veel vlinders. Van de beroemde elanden heb ik (zelfs op de fiets op de kleinste wegen ’s avonds en ’s ochtends) er niet veel gezien. Tijdens het fietsen zie je sowieso weinig dieren, met uitzondering van vossen en poolvossen. Ik had echter wel het geluk een keer een otter te zien. Een attractie op zich zijn de muskusossen in het Dovrefjell nationaal park. Het is echt de moeite waard om daar een dag of twee voor uit te trekken om ze op te sporen.

De laatste wolven. Dit jaar was er een discussie of het laatste roedel wolven zou worden afgeschoten. Ik weet niet of dit ook echt gebeurd is. Het zou belachelijk zijn als dit echt geval was.

Eenmaal aangekomen in Finnmark word je regelmatig geconfronteerd met kuddes rendieren. In het Noorden leven nog bruine beren, de trefkans is zo goed als nul.

Langs de kust, ter hoogte van het eiland Leka en verder naar het Noorden toe, zie je regelmatig zeearenden. Op de vogeleilanden zie je de bekende klifbewoners zoals papegaaiduikers, alken, koeten en meeuwen.

 

Landschap
Zoals aangegeven bij de route heb ik West-Noorwegen links laten liggen. Dat betekent dus ook dat ik het stereotiepe Noorweegse fjordenlandschap nu niet gezien heb. Van Oslo naar Trondheim bestaat het landschap grotendeels uit grote dalen met weilanden met boerderijtjes en iets hoger de sparrenbossen met boven de boomgrens de korstmossen. Ik vond dit geen boeiend landschap, met uitzondering van het hoog gelegen Rondane (wat heel toeristisch is) en Dovrefjell. Vooral in de herfst (half september) is de kleurenpracht hier overdonderend.

Vanaf Trondheim zijn we naar de kust gefietst. Dan fiets je langs fjorden, kale bergen en grauwe luchten. Hier zitten hele mooie stukken tussen.

 

Souvenirs
Langs de toeristenwegen naar het Noorden vind je regelmatig een kamp van de Samen (Lappen). Deze van oudsher rendierherders gaan er steeds meer toe over om souvenirs te verkopen. Hier kun je rendiergeweien, poppetjes in klederdracht, kleurrijke mutsen, en noem maar op krijgen.

Veel toeristen kopen een Noorse trui. Verder worden trollen in alle soorten en maten verkocht. Wat betreft etenswaren doen zalm, gedroogde vis en rendiervlees het altijd goed bij het thuisfront.

 

Aanbevelingen
Het mooiste vond ik:
  • In Oslo is voor een ieder genoeg te doen om een paar dagen door te brengen. Mij boeide het Viking museum en het Nationaal Historisch Museum.
  • Nationaal park Dovrefjell, dit heb ik twee keer bezocht, een keer in de zomer en een keer in de herfst. De eerste keer was geweldig vanwege muskusossen, poolvossen, vogels en het mooie landschap. In de herfst (beste tijd rond 15 september) zijn de kleuren onvergetelijk.
  • De eilanden tussen Namsos en Bodo. Ik bezocht Leka en Lovund en ben ook al een keer eerder op Rost geweest. Het eilandgevoel is bijzonder en er zijn veel vogels.
  • Een heel mooi stukje om te fietsen vond ik van Namsos naar Lund (weg 769). Het landschap was hier indrukwekkend. Datzelfde geldt voor het stuk van Jektvika tot aan de veerboot bij Agskardet.
  • Gletsjer de Engabreen, omdat dit een geweldige plek is om te kamperen en de gletsjer kleurt prachtig blauw.
  • In tegenstelling tot wat veel boekjes schrijven vind ik het boven de poolcirkel mooi. Berkenbossen en rust gaan overheersen. Hier heb ik ook genoten van de kale hoogvlaktes met zijn rendieren.
  • Het laatste stukje naar de Noordkaap toe. Je zit dan op de E69. Dit is absoluut geen straf om te fietsen. Het is hier heel raar om te merken dat er ineens geen bomen meer groeien en let ook op de verweerde rotsen.

 

Reisboeken en landkaarten

*          Het Duitse ‘Norwegen per rad’ geschreven door Frank Pathe en uitgegeven door Cyklos geeft een uitgebreide beschrijving van fietsroutes, met daarbij de meters die je moet klimmen, campings en toeristische attracties die je onderweg tegenkomt en andere nuttige info. Toch heb ik dit boekje bijna niet gebruikt omdat ik een eigen route heb uitgestippeld.

*          Norway. Hiking, biking & vikings van de Lonely Planet geeft een overdosis aan informatie die goed van pas komt bij het uitstippelen van een eigen route en al het andere wat je moet weten gedurende je vakantie. Lees je liever Nederlands, dan is het boek:

*          ‘Noorwegen’ van the Rough Guide (Nederlandse editie) een aanrader. Voor dit boek geldt hetzelfde als de Lonely Planet.

 

Als wegenkaart had ik de ‘Veiatlas Norge’van Statens Kartverk 2000-2001 (ISBN 82 7945 002 5). Hier kun je kaarten die je nodig hebt uitscheuren. De schaal is 1: 300.000

 

Nuttige adressen

Noors Nationaal Verkeersbureau, Saxen Weimarlaan 58, 1075 CE  Amsterdam, telefoon 020-6710061

Nederlandse ambassade in Noorwegen, Hakonsyvendesgate 6, N-0352 Oslo, telefoon 22602193

 

 

Tonny Buijs