MET DE ONNIES NAAR FALSTERBO

 

Wat Frankrijk is voor de karpervisser, dat is Falsterbo voor de vogelaar. In het najaar loopt het vogelrijke Scandinavië leeg langs één belangrijke trekroute. Miljoenen vogels vliegen vanuit Noorwegen, Finland en Zweden op weg naar het zuiden in een soort trechter. Het eind van de trechter bevindt zich op de zuidpunt van een schiereilandje in Zweden. In september en oktober barst het daar vanzelfsprekend van onze gevederde vrienden. Vanaf die zuidpunt, daar waar het plaatsje Falsterbo is gelegen, wagen de vogels uiteindelijk de oversteek naar Denemarken.

Falsterbo is voornamelijk bekend om zijn hoeveelheden roofvogels. Duizenden sperwers, wespendieven en buizerds besluiten hier de zee over te gaan. Dat is een overweldigend gezicht. Toch komen veel vogelaars voor een ander schouwspel. Op Falsterbo heb je dé kans om zeldzame arenden te zien. Ook zij verzamelen zich hier voor de overtocht. Verlekkerd wachten vogelaars op schreeuwarenden, zeearenden, bastaardarenden en noem maar op. Het is dus niet vreemd dat ook de Onnies eens een poging zouden wagen, hun geluk eens zouden beproeven. In het najaar van '98 gingen ze op weg naar het beloofde paradijs. Hieronder staat hun verslag.

Op reis
Het was nu of nooit, in ieder geval voor dit jaar. Onverbiddelijke werkzaamheden verhinderden een latere afvaart. De knoop werd doorgehakt. Nog deze zaterdag zouden de Onnies vertrekken naar het heerlijke Zweden. Het land van rust en nog een overvloed aan natuurschoon. Als pelgrims vertrokken ze naar het heilige plaatsje Falsterbo. Het Mekka waar iedere rechtgeaarde vogelaar, met zijn neus naar het Noorden gericht, zich eens moest laten zien. De Onnies trokken eropuit voor een korte vakantie van 19 tot en met 24 september. Min een dag heenreis en een dag terugreis bleven vier heerlijke dagen over voor een spektakel dat zijn gelijke in Europa nauwelijks kent. De verwachtingen waren dan ook sky high.

De Autobahn ist schrecklich. Een noodzakelijk kwaad dat ons scheidde van het paradijselijke Zweden. Weliswaar ben je over de Autobahn snel op de plaats van bestemming, in dit geval Rostock (Travemunde had ook gekund), maar de autorit is een ware beproeving. Naar Nederlandse begrippen rijden Duitsers onwijs hard. Of de successen van Schumacher daar debet aan zijn, weet ik niet. Een ieder kan in elk geval vaststellen dat Jos Verstappen hem niet bij kan houden. Maar dat ligt aan de auto, toch? Onze Ford Fiësta was in ieder geval niet opgewassen tegen het geweld van BMW en Mercedes. En dat de bestuurders van deze auto's juist deze zaterdag in training leken voor de Formule 1 als mentale ondersteuning voor "Schumi", zal wel in de aard van het beestje liggen.

Toch werd zeer voorspoedig Travemunde bereikt alwaar we de Autobahn verlieten op weg naar Rostock. Op de plaatselijke radio hoorden we dat juist daar een bende neo-Nazi's de boel op stelten aan het zetten waren. Natuurlijk ontbraken ook de punkers niet om een tegen-demonstratie te houden. Wat stond ons te wachten? Ook de Duitse politie hield een demonstratie.... van machtsvertoon. Reeds veertig kilometer voor Rostock werd iedere auto gecontroleerd. Twee auto's met jongeren voor ons werden van de weg gehaald. Wij met onze brave gezichten mochten doorrijden. Nog een geluk dat ik niet net geschoren was met de tondeuse. Ongetwijfeld zou ik als skinhead zijn aangehouden. De rest van de route werd versierd met politiebusjes, pantserwagens, politiebusjes, waterkanonnen en politiebusjes. Een politiestaat ten top. Rostock bleef rustig.......

Wie de route Travemunde - Rostock rijdt, verlangt al snel terug naar de snelweg. Die laatste honderd kilometer slingert de weg zich door honderdduizend dorpjes. Het schoot echt niet op. De reden dat we voor de oversteek Rostock - Trelleborg hadden gekozen was de snelle veerverbinding. In nog geen drie uur ben je met de boot in Zweden. Voor de terugreis kozen we, avontuurlijk als we zijn, voor een andere route. Direct vanuit Rostock reden we via de Autobahn naar het zuiden richting Berlijn. Vanaf Berlijn zouden we in een rechte lijn naar Hengelo kunnen rijden. Het was een omweg, dat wisten we. Toch zouden we sneller thuis zijn want het was allemaal snelweg. Hoe verkeerd pakte dat uit. Tot Berlijn ging alles naar wens. Daarna niets als ellende. Om de twee kilometer waren wegwerkzaamheden, dus langzaam rijden en na verschillende files hadden we het helemaal gehad. Gezien de aard van de werkzaamheden lijkt het raadzaam om de eerste jaren deze "snelweg" maar te mijden. De volgende keer vertrekken wij in ieder geval vanuit Travemunde.

Zo rond acht uur 's avonds reden we van de boot in Trelleborg. Het was al donker en het begrip donker kent in Zweden een andere lading dan hier: pikkedonker! De weg naar Falsterbo - iets meer dan twintig kilometer - was snel gevonden. Een aantal kilometer voor Falsterbo stuitten we op landgenoten. Ongetwijfeld met hetzelfde doel: het aanschouwen van overtrekkende arenden. Wat moet je anders in deze uithoek? Besloten werd om ze maar eens achterna te rijden. En zie daar: we reden rechtstreeks naar een camping. Toen werd het spannend. De bewaker vertelde ons dat er slechts een huisje vrij was! De Nederlanders voor ons hadden gereserveerd, en wij niet. Na enkele benauwde momenten, konden we toch een stuga betrekken. De laatste en voor slechts een nacht! Gelukkig had de eigenaar de volgende dag nog een ander huisje vrij waar we precies tot donderdag in konden. Meer vroegen we niet. De goden waren met ons.

Wij hadden niet verwacht dat het zo druk zou zijn op de camping. We dachten zelfs een verlaten camping aan te treffen. Veel tentjes stonden er niet, als je wilt kamperen is er altijd plaats. Degenen echter die hier een huisje willen huren in de periode van de vogeltrek doen er verstandig aan wel te reserveren en niet te gokken op een vrij huisje zoals wij deden. Wij hadden in ieder geval mazzel.

Onze stuga was even afgezien van koelkast, verwarming, douche en W.C., voorzien van een heuse televisie. Niet dat we iets konden maken van het Zweedse gebrabbel, maar zelfs in dit beschaafde land kwamen de videotapes van Clinton op de buis. Zo sensatiebelust als wij waren, moesten we toch even kijken. En al liplezend zagen we Clinton nog net afsluiten met: "God bless Amerika........ and to all Monica's in the world: Have a Cigar." Maf volk die Amerikanen.

De golfbaan
Op zondagochtend zouden de Onnies eens vroeg opstaan. De eerste uren na zonsopkomst zouden immers het spectaculairst zijn. De wekker werd daarom op half zeven gezet. Gewekt werden ze reeds om half zes door de Belgen naast hun. Moesten ze al zo vroeg op pad? Als de wiedeweerga kwamen ze uit bed en maakten zich klaar voor vertrek. Geen half uur later passeerden ze de slagboom van de camping. Voor hun reed een stel Denen. Ze besloten de tactiek van de vorige avond te volgen, want zij hadden er geen idee van waar ze heen moesten. De Denen brachten hen linea recta naar de golfbaan. En dat bleek the place to be.

Al snel werd het duidelijk. Eenzaam hoef je je niet te voelen op Falsterbo. Die zondagochtend bevonden zich minimaal tweehonderd telescopen op de golfbaan bij hole 17. 's Middags op de heide bij de camping (de andere hot-spot) waren zeker tweehonderdvijftig vogelaars present. Waren er zondag nog veel Zweden, de rest van de week was de voertaal toch echt Nederlands.

Over piepers
Onnies onderscheiden zich van andere vogelaars door het grote aantal g.b.v.'s (grote bruine vogels) en k.b.v.tjes (kleine bruine vogeltjes) dat ze tot hun beschikking hebben omdat ze veel vogelsoorten nog niet kunnen herkennen. Zo waren ze druk doende een aantal rustende vogeltjes te benoemen die waren neergestreken op het - iedere dag - gemaaide gras van de golfbaan.

"Piepers, het zijn piepers!"

"Piepers, gekookt of gebakken?"

"Nee, piepers met witte en gele kwikstaarten."

"Maar welke piepers dan?"

De Onnies kwamen al snel tot de conclusie dat het duinpiepers waren. Wat waren ze trots op hun waarneming van deze zeldzaamheden. Later leerden ze dat het graspiepers geweest waren. En dat was zo'n beetje de meest algemene vogelsoort die doortrok.

"De boompieper piept iets nasaler dan een graspieper," zo hoorden zij naast zich een vogelaar met een kennersblik in de ogen beweren. Maar wat, als je een verkouden graspieper treft? Onnies herkennen al het getjiep, tjuup en gehup niet. Zo zijn ze zich niet bewust van het geroep van de twee roodkeelpiepers die langs komen. Gezien de opwinding die het losmaakt onder de andere telescoopwachten, moet het iets bijzonders zijn. Even later.

"En heb je ook die boompieper gehoord?"

"Ja, goh was dat nu een boompieper. Leuk om te weten."

Iets wat Onnies vreemd is, is het begrip wishfull seeing. Doorgewinterde vogelaars hebben daar geen moeite mee.

"Goh, we hebben nog geen grote gele kwikstaarten horen overkomen."

Geen tien minuten later werden de grote gele wipstaarten gehoord!

"Weet je, ik heb van mijn leven nog geen ijseendjes gezien."

De Onnies raakten lichtelijk onder de indruk van de kunde van hun buren toen vijf minuten later inderdaad, jawel, ijseendjes gemeld werden. Daar ergens op de wijdse zee, die zwarte puntjes, nauwelijks door de telescoop te zien, dat waren nu ijseenden. Ongeveer net zo ver weg, zo ongeveer bij Denemarken, zwom een roodhalsfuut. Een bijzondere waarneming, zeker! Tot een andere vogelaar vroeg, kun je die en die kleuren zien, en die en die kenmerken onderscheiden?

Nee?

Nou dan.......!

Wat de anderen niet zagen en de Onnies lekker wel, waren een velduil en een grauwe kiekendief (niet op de golfbaan maar in de binnenlanden). En die gekraagde roodstaart, een vrouwtje, was ook echt. Zeker weten!

Onderzoek
Ronduit spectaculair op de golfbaan zijn de jagende sperwers. Plots duiken ze op vanachter de struiken, als razende Duitse vuurpijlen op de Autobahn. Als het weerlicht duiken de Mercedessen en BMW's zich op hun oplettende prooi......, die desondanks nog vaak genoeg worden verrast. De stille getuigen liegen niet. Talloos zijn de plukplaatsen van de sperwers. Vaak liggen er bruine veertjes doorspekt met oranje-rood. Het doodskleed van een roodborstje.

Enigszins afgezonderd van de rest staat een stille figuur, onaantastbaar als een God. Dik ingepakt, als een Michelin-mannetje, speurt hij stilzwijgend de hemel af. Al twintig jaar lang bestudeert "de professor" in september de vogeltrek, vanachter een primitieve doch effectieve windvanger. Hij moet welhaast denken dat het zijn vogels zijn die daar vliegen. Verborgen achter een struik vol met rozenbottels houden twee collega's de wacht. Zij tellen de roofvogels of in ieder geval de overtrekkende sperwers. Zijn de Onnies al blij dat ze de sperwers kunnen herkennen, de professionals onderscheiden tevens de mannelijke, vrouwelijke en juveniele vogels. En de professor? Hij telt de rest!

De aanwezige Nederlanders houden de professionals nauwlettend in de gaten. Belust op ieder foutje dat ze maken. Hebben zij de sperwer wel gezien die laag achter de ruigte van de zandbank scheerde? Gniffelend constateren ze dat de profs de vogel gemist hebben. Daarentegen zoeken ze driftig het luchtruim af wanneer de profs de teller op hun fietsbel laten verspringen. Die moéten wat gezien hebben.

Op de golfbaan bij de vuurtoren houden andere onderzoekers zich bezig met het vangen van vogels om ze te kunnen ringen. Onzichtbaar voor de zangvogels hangen mistnetten tussen de struiken. Dat lijkt me nou een prachtig werkje. Een beetje vogels vangen, meten, wegen, ringen en ze dan de vrijheid hergeven. Eigenlijk is het net vissen. Ondanks dat de netten ieder half uur worden leeggehaald, treffen we bijna iedere keer als we passeren spartelende vogels aan. De vangst gaat kennelijk voortvarend.

Wel vragen wij ons af of de vogels zich niet teveel verwonden door het heftige gespartel. Lang hoef ik niet op een antwoord te wachten. Tijdens het maken van de perfecte roodborst­plaat ontdek ik tijdens de derde opname dat het ene pootje er wel heel apart bijhangt. Om de andere poot hangt een glimmend ringetje. De perfecte foto kan ik op mijn buik schrijven. Dat een behoorlijk deel van de gevangen vogels direct als sperwervoer dient, lijkt nu voor de hand te liggen. De eerste de beste vogel voor de lens is gewond! Maar wie weet kreeg ik hem juist daardoor wel voor de lens en vliegen al die andere gevangen vogels weer vrolijk rond. Pronkend met hun nieuwe sieraad.

Telescopen
Zonder telescoop begin je niet veel in Falsterbo. De eerste "zandbank" bij de golfbaan ligt al een allejekus-end weg, de tweede ligt zelfs al nagenoeg buiten telescoop bereik. Met een beetje fantasie herken je op deze laatste bank duizenden aalscholvers als een langgerekt zwart lint. Daartussen straalt het wit van ontelbare meeuwen. Turend door de lange afstandskijker ontdekte een Onnie tussen de zandbanken een tiental kleine vissersbootjes. Duidelijk was de boeg, van de vaartuigjes, die uit het windstille water stak, te herkennen. Tot de andere Onnie begon te reppen over de leuk spelende zeehonden. Zeehonden? Verrek ja, dat was geen scheepsboeg, dat was een zeehond die met zijn staart omhoog lag. Net als al die andere.

Er waren kraanvogels als silhouet te herkennen op de tweede zandbank. De ene Onnie was deze net aan het bestuderen met de telescoop toen de andere gebruik makend van de verrekijker, iets te hard riep dat er op de eerste bank ook een kraanvogel was neergestreken. Niks niet kraanvogel constateerden de andere vogelaars vriendelijk, doch luidkeels. Een doodnormale blauwe reiger. Zo, de Onnies kenden hun plaats ook weer. Die keizerarend hebben ze dan ook maar niet gemeld! Bovendien een blauwe reiger is toch ook een mooie vogel. Een vergissing ligt daarom nogal voor de hand.

Momenten
Rechts, op het begin van de zandbank streek een sperwer met prooi neer. Die dacht zich nog even aan te sterken met een "tsie tsie tsuup-vogeltje". Echter, gevaar in de vorm van een bonte verschijning verscheen ten tonele. Agressief werd de sperwer door de slimme rover belaagd. Noodgedwongen koos de sperwer met de zangvogel in de klauwen opnieuw het luchtruim. Om even later weer neer te strijken. De bonte kraai van het "Pitbull-type" had echter bloed geroken en bleef de sperwer belagen. Wederom maakte deze dat hij wegkwam. In de lucht ontspon zich een waar drama. Het spectaculaire schouwspel met loopings en kurkentrekker kende een onverdiende winnaar. De kraai toonde zich de behendigste vlieger. Na een "dubbele axel" wisselde het lijdend voorwerp, de inmiddels waarschijnlijk morsdode zangvogel van eigenaar. De beteuterde sperwer had het nakijken en moest zich opmaken voor een nieuwe kill.

Ademloos keken de telescoopwachters toe. Een roofvogel meldde zich als een stipje in de lucht. Hier ging wat bijzonders gebeuren. De magie van het moment had ons allen in de greep. "Sperwer," sisten de ervaren rotten. Het zal wel, dachten de Onnies. Het stipje werd allengs groter. Met grote snelheid stortte de vogel zich uit de lucht. In een steile vlucht dook hij op de zandbank af. Slechtvalk, dacht een Onnie. Met de vleugels tegen het lijf gedrukt viel de vogel met een bloedgang, nu bijna loodrecht, naar de grond. Nog even en hij zou te pletter slaan. "Drie, twee, een...... Houston we have a kill." Vlak boven de grond kwam de vogel horizontaal, ontvouwde zijn vleugels en strekte zijn klauwen. Uit het hoge gras maakte een zangvogel verschrikt dat hij wegkwam. Deze close-encounter liep vooralsnog goed af. Maar ook de valk - het is verdomme een gewone torenvalk constateerden de vogelaars verbijsterd - verheft zich uit de ruigte en zet warempel de achtervolging in. Maar de goden van Falsterbo waken over het kleine vogeltje. Een meter of vier boven de grond mist de torenvalk opnieuw. Nu was het genoeg. Met een lege maag vliegt hij het binnenland in. 

De heide
's Middags verhuist het hele circus naar de heide bij de camping. Netjes in een lange rij, gezeten in comfortabele tuinstoelen en heerlijk in het zonnetje, speuren vijfhonderd ogen de hemel af. Helaas hadden ze alleen zondagmiddag goed weer en was er behoorlijk thermiek. Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste grote roofvogels zich los maakten van de bosrand om hoogte te gaan winnen in een thermiekbel. Vol spanning waren de Onnies in afwachting van de zeldzame arenden. Al snel werd duidelijk dat de herkenning van de grote vogels een probleem zou worden, want net als op de golfbaan passeerden de meeste vogels op behoorlijke afstand zodat de telescoop weer uitkomst moest bieden. Het probleem met het onderscheiden van buizerds en kraaien in vlucht hadden de Onnies zo goed als getackeld. Het was hun opgevallen dat kraaien met hun vleugelslag door de lucht roeien....., een kenmerk waar ze goed aan te herkennen zijn.

Vervolgens was daar het probleem buizerd versus wespendief in volle vlucht. Het verschil zit hem kennelijk in de houding van de vleugels tijdens het zweven. Een wespendief zweeft met de vleugels recht terwijl een buizerd de vleugels in een ondiepe V houdt. Een onderscheid in de tekening van de ondervleugel lijkt zo mogelijk een nog grotere gok te zijn. In ieder geval zijn er al geen twee gelijke buizerds! De Onnies worstelen hier nog mee. Echter ook voor ervaren vogelaars is het onderscheid moeilijk. Op de golfbaan kwamen twee roofvogels laag over. "Twee wespendieven," klonk het in eerste instantie. Toen de nodige telescopen op de vogels waren gericht, sloeg de twijfel toe. Een van de twee was een buizerd......., of toch niet? Eigenlijk kwamen ze er ook niet uit. Vlogen deze vogels laag over, op de heide cirkelden ze gigantisch hoog. Hoe betrouwbaar de tellingen daar zijn, is dan maar de vraag.

Die middag, zo hoorden ze, kwamen tweehonderd buizerds en vijftig wespendieven over. Het is een gigantisch gezicht om zo'n dertig vogels te zien cirkelen in een thermiek bel. Hoe overweldigend moet het schouwspel zijn als op een topdag wel drieduizend buizerds over komen! Ook zijn een schreeuwarend en een zeearend de heide gepasseerd. Vanzelfsprekend hebben de Onnies die gemist, in iedere geval niet bewust opgemerkt. Wel hebben zij genoten van de indrukwekkende rode wouwen en van de groep van vierendertig kraanvogels die laag overkwamen en luid trompetterden.

Het relatief slechte weer van de volgende dagen liet zich illustreren aan enkele belevenissen op de golfbaan. Een groep van twintig "buizerds" kwam laag over en verdween boven zee. "Die redden het niet. Ze zitten veel te laag. Let op, die komen zo terug." En inderdaad, even later kwam een groot gedeelte van de groep terug, uiteengeslagen in kleine groepjes. Ook een vlucht van achttien kraanvogels keerde terug van zee.

Falsterbo, onvergetelijk is de prachtig jagende bruine kiekendief boven de zandbank. Leuk waren de overkomende parelduiker, de drieteenstrandlopers, de rode wouwen en de grote sterns. Indrukwekkend waren de vele pijlstaarten, brilduikers, bonte strandlopers, eidereenden en rotganzen. Maar het mooiste waren de jagende sperwers op de golfbaan.

"Het is slecht," klaagden de ervaren Falsterbo-gangers. Vogels die allang weg hadden moeten zijn, trekken nog steeds over. En van de beroemde massale uittocht van (roof)vogels is ook nog niet veel te merken. "Misschien moeten we over twee weken nog maar eens terugkomen," klinkt het hoopvol. Eens moeten de vogels toch komen. De hoge verwachtingen van de Onnies zijn ook niet geheel uitgekomen. Berustend in het feit dat de natuur zich nou eenmaal niet laat sturen, maken ze reeds plannen voor volgend jaar. Desondanks was Falsterbo een hele belevenis. Alleen al al die vogelaars...... "Oeh, wat 'n volk." Op Falsterbo kenmerkt de sfeer zich door een groep ongevaarlijke gekken met eenzelfde doel: Vogeltjes kijken en het scoren van die ene keizerarend. Het is leuk om je daarin te laten meeslepen.

Falsterbo....... tot volgend jaar.

 

Tonny Buijs