WANNEER HET ANDERE BELANGRIJK WORDT     

                                             

Lang geleden, laten we het mijn jeugd noemen, telde voor mij als karpervisser slechts een ding: karpers vangen en bij voorkeur zo veel en zo zwaar mogelijk. Tijden veranderen. De karperscene veranderde en de maatschappij veranderde. Vanuit het oogpunt dierenwelzijn kijkt onze samenleving met een steeds kritischer oog naar de (karper)visser. Voorts wordt vanuit het verlangen om natuur te beschermen de hengelsport steeds meer aan banden gelegd. Met natuur als argument worden complete gebieden afgesloten. In gebieden waar voorheen normaal gevist mocht worden, komen bordjes met Averboden te vissen@ te staan.

     Temidden van deze woelige wereld veranderde ook ik. De prioriteiten uit mijn jeugd zijn verdrongen naar een verre plaats. Het maakte vroeger niet uit waar ik viste, als er maar veel of grote karper aanwezig was. De kentering kwam aan het Twentekanaal. Op het verwarmde stuk begon ik me echt af te vragen waar ik mee bezig was. In die troosteloze omgeving kon hele beste karper worden gevangen. Maar waar waren de vogeltjes? Wat deden al die dronken mensen in die groene tentjes? Het was een afknapper, zowel op die karperscene als op die karperjacht.

     Ik besefte dat ik rustig wilde vissen in een natuurlijke omgeving. Geen vangstfoto=s meer van: Aman met vis voor struiken@, omdat de echte achtergrond: huizen, auto=s, fabrieken en dergelijke zo lelijk toonde. Het doet mij eerlijk gezegd niet meer zoveel als ik zonder vis thuiskom. Geblanked nou en? Wanneer ik in alle vroegte de grutto heb horen roepen, en de rest van al die steltlopers terug heb zien komen van hun lange reis naar het zuiden, voel ik me al gelukkig. Wanneer ik op weg naar een stek, in het struikgewas, een jonge ree zie liggen, huppelt mijn hart een vrolijke dans. Een geestenboom in de ochtendmist, een paar wippende vlinders op een grashalm, een kwakend kikkerkoor, het oplettende oog van een haas en het dreigende uiterlijk van een dikke mug. Genieten van de rust, dan is de dag al geslaagd.

     Ik ben blij met iedere karper die ik vang maar deze is min of meer een bijkomstigheid geworden op een dagje buiten zijn. Aan het water zitten zonder hengel? De mensen zullen denken dat je zot bent. Daarom hanteer ik voor de show maar een hengel en vang af en toe een karper. Zij vormen de bekroning van een dagje natuur. En juist nu, op het moment dat ik als visser terug wil naar de natuur, daar waar een hengelaar thuishoort, duiken precies in natuurgebieden die vervelende verbodsborden op.

     In dit artikel wil ik een aantal ontwikkelingen schetsen zoals ik ze in het Arnhemse ben tegengekomen. Ongetwijfeld spelen deze zaken op veel meer plaatsen in Nederland. In het onderstaande stuk heb ik verschillende petten op. Je komt me tegen als visser, als lid van de commissie waterbeheer van H.S.V. Elden en als medeoprichter van een visclub in een zogenaamd natuurgebied. Dit artikel gaat niet over het vangen van karper op korte termijn. Het gaat meer in op de vraag: hoe kunnen we onze (karper)visserij behouden en veilig stellen?

 

BEELDVORMING
Bij de huidige generatie karpervissers is het geen ongewone zaak drie hengels in de steunen te zien liggen. Die vissers weten donders goed dat het vissen met meer dan twee hengels in Nederland bijna nergens is toegestaan. Waarom dan toch drie hengels? Ik geef toe dat uit esthetisch opzicht drie hengels goed tonen, maar dat zal de reden niet zijn. Ik vermoed dat de visser denkt, dat hij met drie hengels meer karper kan vangen. Zou hij dan met vier, vijf of tien hengels niet nog meer kunnen vangen? In principe doet het mij als karpervisser niets of een hengelaar met een of tien hengels vist. Hij doet en vangt maar. Waar ik me als bestuurder wel druk om maak, is de beeldvorming die ontstaat bij opsporingsambtenaren en controleurs van hengelsportverenigingen. Het zijn altijd karpervissers die de regels overtreden. Je krijgt als karpervisser een naam en niet in positieve zin!

     Misschien heb ik makkelijk praten. Ik identificeer me meer met een visser als Jan B. De Winter die in eenzame rust zijn pennetje laat zakken. Of een Rini Groothuis die op zijn pantoffels de kantjes afstruint. Dat gaat nou eenmaal niet met drie hengels.

     Het brolly-vissen is ook zo=n beeldvormer. In mijn Ajeugd@ heb ik er ook aan meegedaan en ik ken zijn charme. Heerlijk was het om aan de waterkant te ontwaken, een beetje te kamperen en de mussen >s morgens vroeg de overgebleven rijstkorrels van de avondmaaltijd van je bord te zien oppikken. Destijds werd je als pionier nog als een bikkel beschouwd. AGoh, die ging toch maar mooi in zijn eentje een heel weekend aan het water zitten!@ Dat beeld is totaal veranderd. Brolly=s betekenen kamperen en rotzooi en viezigheid en vunzigheid en het zijn karpervissers. Je durft in bepaalde kringen bijna niet meer te zeggen dat je karpervisser bent. Die beeldvorming, waar een minderheid door excessen voor verantwoordelijk is, is zo ontzettend belangrijk. Hengelsportbestuurders hebben het niet makkelijk met het fenomeen karpervisser. Dat is een ding wat zeker is.

 

DIERENWELZIJN
Ik had me danig opgewonden en kon het niet langer aanzien. Een karpervisser had een grote en stokoude schubkarper in handen. De fotosessie duurde onnodig lang - veel te lang - en het dier spartelde een aantal malen flink uit wanhoop, waarbij hij weer onzacht met de grond in aanraking kwam. Karpervissers zullen dit beeld ongetwijfeld ook bij zichzelf herkennen. Iedereen heeft zo=n tafereel ooit meegemaakt. Het was op dat moment maar goed dat er geen mensen, laat staan dierenbeschermers, langs kwamen. Want hetgeen daar gebeurde, kon echt niet.

     Nu is het makkelijk de pot te verwijten. Onlangs overkwam mijn vismaat en mij het volgende. Ik schepte zijn vis en zag al meteen dat de haak in het oog zat! Je kunt je voorstellen wat er op dat moment door me heen ging en hoe wij ons even later voelden. Je zou je hengels voorgoed in de wilgen hangen en ik heb het serieus overwogen. Het was de eerste keer dat ik een karper op die plaats gehaakt zag en hoop het nooit meer mee te maken. En een ongeluk komt zelden alleen. Tijdens alle toestanden scheurde ook nog een stukje van de borstvin in. Op dat moment hadden we het helemaal gehad. Gelukkig was er geen dierenbeschermer in de buurt.

     Normaal gesproken gaat er tussen het landen en terugzetten bij ons - we zijn aardig op elkaar ingespeeld - geen vijf minuten overheen en wordt de vis keurig netjes teruggezet. In die tijd is de vis gewogen, gemeten, bewonderd en gefotografeerd. Eigenlijk is dit nog te lang. Ik verwelkom de dag dat ik niet meer de drang heb om karpers te wegen en te fotograferen. Gewoon in het water onthaken en zwemmen maar weer. Wat maakt het nou uit hoe groot die vis was? Helaas, ik hou nou eenmaal van cijfertjes. Ik wil weten hoe groot die vis bij een vorige vangst was en hou hele statistieken bij. Verder heb ik gewoon de drang om de buit even vast te houden. Je bent toch een beetje een jager. Een beetje jaloers ben ik wel op degenen die hun vangst even in het net bewonderen en zo maar kunnen laten zwemmen. Jammer genoeg ben ik nog niet zover ontwikkeld.

     Het is niet alleen in het belang van de vis om hem goed te behandelen. Ik weet nog van vroeger, uit de grachten-visserij, hoe snel dat je toeschouwers krijgt. Heb je een karper op de kant dan klinken al snel de kreten: AIk wist niet dat hier van die grote vissen zaten@. Het is een en al bewondering. Die mensen zullen niet snel anti-visser worden als ze zien dat de karper keurig wordt behandeld en onbeschadigd teruggaat. Maar als je zo zit te klungelen als in het begin van dit stukje, dan kan er weleens heel anders worden geoordeeld. Dan ben je een dierenbeul...... en dat gaat rond op verjaardagsfeestjes. Wat ik hier mee zeggen wil, is dat vissers, die nu nog de sympathie van het overgrote deel van de niet vissende mensen hebben, hun uiterste best moeten doen om die sympathie te behouden. Dat het belangrijk is, zal zo dadelijk ook blijken in het stukje over Meinerswijk, want al die mensen hebben tenslotte wel onze politici gekozen.

     Maak zoveel mogelijk gebruik van een onthaakmat, gebruik haken zonder weerhaak en maak geen fotoreportages die uren duren. AAh gossie, kan die vis zolang zonder water!?@ Bedenk van te voren wat je wilt en druk af. 

 

NATUURGEBIED VERBODEN TE VISSEN
Het was Henk van Rheede en mij een doorn in het oog. We mochten, eigenlijk van de een op de andere dag, niet meer vissen in het uiterwaardgebied Meinerswijk waar we beiden onze eerste vissen vingen. De reden daarvan: de uiterwaard werd door gemeente Arnhem uitgeroepen tot natuurgebied. En in natuurgebieden is volgens die gemeente geen plaats voor hengelsport. De hengelsportvereniging die daar al tientallen jaren zonder problemen viste, werd zonder pardon aan de kant gezet. Het visrecht raakte ze kwijt, de club werd opgeheven en ruim 26 hectare viswater ging verloren. Of het destijds juridisch allemaal door de beugel kon, weet ik niet. Feit is dat we er niet meer mochten vissen en dat de georganiseerde sportvisserij het er in mijn ogen flink bij had laten zitten. Verder werd duidelijk, dat op cruciale plaatsen in het Arnhemse ambtenaren-apparaat enkele zeer sterke anti-sportvissers zaten. Voor ons persoonlijk betekende Meinerswijk het verlies van een stuk jeugdsentiment, en voor dat moment het verlies van enkele prachtige viswateren met een grotendeels nog onbekende karperstand. Er waren reeds dertigers gevangen en veel groter was niet uit te sluiten in een gebied dat regelmatig wordt overstroomd door de Rijn.

     Goed, Meinerswijk bleef knagen bij Henk en mij maar voorlopig wisten we niet wat te doen. De gemeente Arnhem was aan zet en bleef aan zet.........  

Een confrontatie
Uit het niets was daar de kaart. Tijdens een overleg, tussen de Arnhemse hengelsport en gemeente Arnhem, ontvouwde de gemeente haar plannen om de sportvisserij binnen haar grenzen te zoneren. Kort gezegd kwam het hier op neer. In gebieden met natuurwaarden verdween de hengelsport. Daar waar hengelsport geen kwaad kon, mocht ze blijven. Concreet betekende dit dat alleen in de Rijn en de (stads)grachten nog gevist mocht worden! Ik had graag op die vergadering gezeten om de gezichten van de hengelsportbestuurders te zien!

     Op de kaart was de situatie voor de wateren in Elden (Elden valt helaas onder gemeente Arnhem) rampzalig. Door de kolk van H.S.V. Elden stond een rood kruis: verboden te vissen. Door de kolk het Westerveld eveneens een rood kruis: verboden te vissen. Door Het Hoefijzer een rood kruis: verboden te vissen. Alle mooie plekjes in Elden stonden op de nominatie te verdwijnen! Enkel de grachtjes waar je kon glijden over de hondenstront en waar ik liever niet meer viste, bleven over. Dit was niet minder dan een nachtmerrie!

     Uiteindelijk is er nog wat gered. De soep werd voorlopig niet zo heet gegeten. Het Hoefijzer bleef bevisbaar, onze eigen kolk bleef bevisbaar en de kolk het Westerveld bleef voor de helft bevisbaar. Onbegrijpelijk dat die hele toestand zomaar heeft kunnen gebeuren.

     De reden - als het de werkelijke reden is - om de helft van de kolk Westerveld af te sluiten bleek even lachwekkend als clichématig: er zou weleens een ijsvogeltje kunnen gaan broeden! Okee, er worden weleens ijsvogels waargenomen, maar uitgerekend bij de grachten waar je wel mag blijven vissen, zie je er veel meer! Bovendien zo grappen de vissers onder elkaar: je mag die vogeltjes wel een drilboor en een paar zware hamers meegeven, anders krijgen ze nooit een hol in de grond. De oever is namelijk vergeven van het puin.

Op die vergadering werd de Arnhemse hengelsportverenigingen nog een aantal regels voor de  verhuurovereenkomst door de strot gedouwd. Een paar knallers: nachtvissen in de hele gemeente is verboden, en zo ook het uitzetten van vis door de hengelsportverenigingen (voorheen was dat altijd een zaak -een recht?- van de vereniging). Voor karpervissers lijken me de gevolgen duidelijk. De nacht viel weg als vismogelijkheid en het officieel uitzetten van karper werd eigenlijk onmogelijk. Henk en ik keken elkaar eens aan en dachten tandenknarsend: kan dit allemaal zomaar? Kunnen we er niet wat aan doen? Voorlopig zagen we geen uitweg, wij zaten op dat moment immers niet in een hengelsportbestuur. Ik stelde wederom vast: de Arnhemse hengelsport heeft het er mooi bij laten zitten.

Het is de lezer hopelijk duidelijk geworden, dat het belangrijk is - en nog veel belangrijker zal worden -, dat wij hengelaars in allerlei overlegorganen vertegenwoordigd moeten worden door kundige hengelsportbestuurders. Want zitten er toevallig enkele anti-sportvissers op de verkeerde plaats, dan moet je als hengelsportbestuurder een verdomd goed weerwoord hebben. De hint is duidelijk, denk ik. 

 

MEINERSWIJK
De tijd vervloog. Ik maakte met vele andere karpervissers een boek over het Hoefijzer. Enige tijd later maakte ik samen met natuurfotograaf Edwin Giesbers een fotoboek over Meinerswijk. Henk nam plaats in federatie de Veluwezoom en hij werd voorzitter van H.S.V. Elden. Ik nam Henks plaats binnen Elden over, en kreeg de titel: voorzitter van de commissie viswaterbeheer. Op zich stelt dit niet zoveel voor maar ik kreeg nu wel de mogelijkheid een aantal vergaderingen bij te wonen. Henk en ik bevonden ons nu een stuk dichter bij het vuur.

     Het was tijdens de jaarlijkse uitreiking van de vergunning van het Westerveld. Ik noemde mijn naam, kreeg mijn vergunning en werd daarna aangesproken. ABen jij de Tonny Buijs van het Hoefijzerboek?@ Ja dus. ADan ben jij degene die ik zoek.@ Auke Versloot, vanzelfsprekend karpervisser, stelde zich voor en vertelde dat hij bezig was om visrechten terug te krijgen in Meinerswijk. Even later kwam Henk ook zijn vergunning halen. Tien minuten later was het voorlopige bestuur van een op te richten hengelsportvereniging een feit.

     Auke ontpopte zich als een pit-bull. Een eigenschap die absoluut nodig is om de politiek wakker te schudden en te houden. Naar zijn zeggen was hij al een eind gevorderd om een meerderheid te verkrijgen in de Arnhemse raad om weer te mogen vissen in Meinerswijk. Auke had de zaken inderdaad goed voor elkaar. Hij had de ingang gevonden waar Henk en ik allang naar opzoek waren: de politiek. Het waren in Arnhem ambtenaren, of misschien zelfs maar een ambtenaar, die zo anti-visser waren. Maar ambtenaren nemen in een democratie niet de besluiten. En deze ambtenaren vertegenwoordigden gelukkig niet de meerderheid van de kiezers.

     Auke mocht zijn woordje doen in de commissie Milieu van gemeente Arnhem. Hij overtuigde de commissie met objectieve en duidelijke argumenten dat het Arnhemse beleid ten opzichte van Meinerswijk en de hengelsport niet deugde. Het werd direct duidelijk dat zich een meerderheid aftekende om hengelsport onder voorwaarden weer toe te staan in het natuurgebied. Groenlinks sputterde naar verwachting flink tegen en riep fel: AM=n bek valt hier open, vissen heeft niets met natuur te maken@. Auke kreeg nu een kans voor open doel. Hij haalde het fotoboek te voorschijn (net die dag van de pers gerold, over toeval gesproken!) en zei: Aeen van onze bestuursleden heeft net dit uitgebracht. Hoe kun je nu zeggen dat wij geen natuurliefhebbers zijn?@ Groenlinks stil. Verder bleek een persoon van de PVDA tegen en D=66 bleek tegen. Het boek werd aangeboden aan de wethouder. Auke had de p.r. goed voor elkaar.

     Inmiddels staan de zaken er behoorlijk goed voor. Met ingang van 1 januari 2000 mag er door een aantal gelukkigen op enkele oevers (zonering) weer gevist worden in Meinerswijk. Weliswaar onder een aantal voorwaarden: geen nachtvisserij, geen brolly=s of iets wat er maar op lijkt en geen visuitzettingen. Voorts werd ons verzekerd dat er een strenge controle door Bevoegd OpsporingsAmbtenaren (Boa) zal plaatsvinden. Het inzetten van eigen controleurs werd niet op prijs gesteld. Ondanks dat wij alle drie karpervissers zijn, hebben wij hier totaal geen moeite mee. Later zal ik uitleggen waarom.

     Waar wij wel problemen mee hebben, voorlopig is het nog onderwerp van discussie, is een opgelegde gesloten tijd. Om de broedvogels te beschermen zou er in het gebied niet gevist mogen worden van 15 maart tot 15 juli. Deze data komen uit de Vogelrichtlijn en ook de Vogelbescherming hanteert ze. Om te voorkomen dat natuurbeheersorganisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de provinciale landschappen deze als heilige data gaan beschouwen, lijkt het mij een zaak voor de NVVS om eens met die organisaties te gaan overleggen. Overleg kan mogelijk helpen om in hun gebieden een gesloten tijd van vier maanden (!) te voorkomen.

     Landelijk is de gesloten tijd afgeschaft. Kennelijk was ze overbodig. Om nu, via een achterdeur, een gesloten tijd in te stellen die nog langer duurt dan de afgeschafte, lijkt me totaal overbodig. Temeer ook omdat ik Atoevallig@ enkel vogelaars ken die al jaren vogels tellen in Meinerswijk. Ik wilde natuurlijk weten of vissers in Meinerswijk de (broed)vogels in de weg zouden zitten. Tot mijn verbazing was het antwoord een duidelijk NEE. De zeldzame vogeltjes die aanwezig waren, zaten op de eilandjes of duidelijk niet langs de oever, daar waar de hengelaar vertoeft. Er waren dan wel futen, meerkoeten en wilde eenden maar de vogelaars achten vissers verantwoordelijk genoeg om die dieren te ontzien. En mochten er - hopelijk - ooit zeldzame vogels op oevers gaan broeden waar vissen is toegestaan, dan zou de hengelsportvereniging benaderd kunnen worden om vervolgens alsnog die oever af te sluiten.

Geen nachtvisserij zeggen de bepalingen. Allereerst hadden wij nooit gedacht dat nachtvissen in Meinerswijk zou worden toegestaan. Wij zouden er zelf nooit een punt van gemaakt hebben. Zelf ervaar ik dat het toestaan van nachtvisserij excessen in de hand werkt en daarmee de negatieve beeldvorming van de karpervisser. In de praktijk komt het er op neer, dat je ook in Arnhem, vrij rustig kunt nachtvissen. Handhaving van alle verbodsbepalingen blijft een probleem. Zolang niemand je ziet of hoort, is er niets aan de hand. Ga je over de schreef dan is het heel duidelijk: verboden te nachtvissen en dus een bon. Zo kun je excessen voorkomen.

     Geen brolly=s of iets wat er op lijkt. Met dit punt kwam de faunabeheerder tevens Boa van gemeente Arnhem. Zelf wilden wij ook dat dit een bepaling werd. Ik vond het wel opvallend dat de beheerder daarmee kwam. Brolly=s roepen bij die man (een controleur) een bepaald beeld op, en dat het geen positief beeld is zal duidelijk zijn. Commentaar overbodig.

     Nog een punt van de faunabeheerder: geen controle door eigen controleurs! Dat leidt tot mistige toestanden. Eigen controleurs mogen niets, niet verbaliseren etc. en dat leidt escalatie van problemen in de hand. Wanneer illegale vissers blijven zitten, rest de clubcontroleur niets anders dan de hulp van een opsporingsambtenaar in te roepen. Als de controleur geluk heeft, komt de ambtenaar, anders staat hij daar voor spek en bonen. In Arnhem willen ze duidelijkheid. Niet de juiste papieren en je treft een Boa, dan heb je grote kans op een bon.

Het is te raar voor woorden. Uiteindelijk is door persoonlijk initiatief van met name Auke een stuk hengelsport teruggekeerd in Arnhem (het gaat om ongeveer 21 hectare). De georganiseerde hengelsport heeft in deze zaak zo goed als buitenspel gestaan. Auke zit dan wel in een visstandbeheerscommissie van een club in zijn woonplaats en de banden van Henk en mijzelf met de hengelsport zijn ook duidelijk. Toch geschiedde dit alles op persoonlijke titel. In zekere zin een slechte zaak.

     Het blijkt ook dat het slim en handig is om als hengelsportorganisatie contacten te hebben met natuurclubs. Het was puur toeval dat ik zelf een aantal mensen uit die wereld ken. Ik kan hengelsportverenigingen daarom een goede raad geven: maak contact met vogelaars, libellen snuffelaars, natuurfotografen, wandelaars et cetera. Sportvisserij is geen eilandje meer. Leer van elkaar en vaar er wel bij. De meeste natuurliefhebbers die ik ontmoet zijn niet anti-hengelsport. Integendeel de meeste waren oprecht verbaasd, toen ik ze vertelde dat er in Meinerswijk niet meer gevist mocht worden. En de Agewone@ man of vrouw snapt al helemaal niet dat er ergens niet gevist mag worden.

 

VISUITZETTEN
Heel opvallend was de reactie van enkele bevriende vogelaars en andere natuurliefhebbers. Tien tegen een hebben zij in het geheel geen problemen met onze hobby. Alleen het uitzetten van vis is een heel heikel onderwerp, hetgeen mij eigenlijk best verrast (visuitzetten leek me binnen de hengelsport al een gepasseerd station). AJullie gaan toch zeker geen vis uitzetten, he,@ zeiden ze.

     Betrof onze grootste zorg te voorkomen dat we de vogelnesten van (zeldzame) vogels zouden verstoren. Beginnen zij over het uitzetten van vis! Kennelijk ligt dat bij veel natuurliefhebbers heel gevoelig. En wat mij betreft terecht. Zelf ben ik ook tegen het uitzetten van vis. Mijn interesse voor bijvoorbeeld libellen heeft daar zeker mee te maken. Een korte toelichting.

     Vissen zijn de vijand van een libellenlarve. Het uitzetten van vis (karper) betekent een onnatuurlijk grote populatie. Die vissen willen allemaal eten en hierdoor ontstaat een enorme druk op het aantal libellenlarven. Het uitzetten van vis is een van de redenen waardoor veel algemene libellensoorten in aantal is achteruit gegaan. Het uitzetten van vis in het riviertje de Geul (ik schat in dat het forellen zijn geweest) lijkt de reden te zijn dat de zeldzame bosbeekjuffer daar nagenoeg is verdwenen. Iedere water krijgt wat mij betreft de visstand die het verdient zonder geklooi.

     Vis uitzetten heeft ook geen zin. Projecten met pootsnoekjes om de snoekstand op peil te helpen mislukten. Zinniger bleek het om de leefomgeving van de snoek te verbeteren. Meer paaigelegenheid, meer waterplanten etc. leiden op den duur tot een betere snoekstand. En jarenlange hengelvangstregistratie bij H.S.V. Elden wees uit dat het uitzetten van witvis een korte termijn aangelegenheid is. Binnen drie jaar was alle extra vis weer uit de kolk verdwenen. Het watersysteem kon de extra vis gewoonweg niet aan. De uitzettingen waren een aanslag op het budget van de penningmeester en een aanslag op het ecosysteem van de kolk. Naar aanleiding van de hengelvangstregistratie heeft onze vereniging geen witvis meer uitgezet.

Nu ben ik bovenal een karpervisser. Geen vis meer uitzetten betekent dus ook geen karper meer uitzetten. De gevolgen zullen duidelijk zijn. In (afgesloten) wateren waar de karpers zich niet voortplanten, zullen de dieren in rap tempo verdwijnen. Dat zal in het grootste gedeelte van het Nederlandse water het geval zijn. Daar ben ik als karpervisser en liefhebber van vette spiegels natuurlijk niet blij mee.

     Maar leg (in de toekomst?) aan een natuurbeschermingsorganisatie of andere waterbeheerder maar eens uit waarom je zo nodig karper wil uitzetten (het uitzetten van andere vis is sowieso onzin). De enige reden die ik kan verzinnen is eigenbelang. Voor een natuurbeschermer is het heel gemakkelijk om te zeggen: AHet uitzetten van (spiegel)karper is een vorm van faunavervalsing en bovendien zijn het enorme bodemwoelers die het water troebel maken.@

     Het lijkt mij geen gek idee een aantal argumenten te spuien (KarperSTUDIEgroep Nederland?) waarom er karper uitgezet zou moeten worden. Vanuit de karpervisser geredeneerd bestaat er maar een: eigenbelang. En dat lijkt me volstrekt onvoldoende. De discussie AOVB-karper of betere rassen@ kan een schijndiscussie blijken. Laten we ons voorbereiden op een discussie waar de vraag aan de orde komt of er überhaupt karper uitgezet mag worden.   

 

CONCLUSIE
C.   In mijn geval is natuurbeleving veel belangrijker geworden, dan het vangen. Ik wil vissen in de natuur en juist daar zullen de mogelijkheden voor hengelsport afnemen wanneer hengelsport-organisaties niet adequaat reageren. In Arnhem was de georganiseerde hengelsport in ieder geval niet professioneel genoeg en ik vrees dat de toestand in de rest van het land niet veel beter is. Daarom karpervisser: zet je in en steun je hengelsportvereniging. Daarom hengelsportvereniging: motiveer je leden en benut de capaciteiten van je hengelaars. Anderhalf miljoen hengelaars in Nederland, wat een enorm potentieel aan talent en kennis!

C.   Ik ben niet tegen het vissen met drie hengels, toch zou een karpervisser er goed aan doen om het te laten. Het mooiste zou zijn - en hengelsportorganisaties zouden daar naar moeten streven - wanneer het vissen met drie (karper)hengels op geschikte wateren legaal zou worden. Het bestaande verbod lijkt niet te handhaven en daar waar het wel wordt getracht, ontstaan alleen maar irritaties met een negatieve beeldvorming als gevolg. En voor de karper maakt het niet veel uit.

     Voor brolly-visserij geldt grotendeels hetzelfde, met dien verstande dat het (nog) niet overal verboden is.

C.   Het belang van de gevangen karper moet te allen tijde voorop staan. Laat een niet vissende man of vrouw duidelijk zien dat je het goed voorhebt met de vis. Koester de sympathie van de samenleving. Die bezitten wij als visser nog steeds.

C.   Vissen in natuurgebieden moet mogelijk zijn of (weer) worden. Dat moet het streven zijn van iedere hengelsportorganisatie. Het toestaan van hengelsport in deze gebieden zal ongetwijfeld leiden tot strengere regelgeving die bovendien beter zal worden gehandhaafd. Onder vuur liggen: het nachtvissen, het gebruik van een brolly en het vissen met meer dan twee hengels (terwijl dat al verboden is!). Persoonlijk kan ik me hier in vinden. Ook het verbod op het uitzetten van vis lijkt me geen probleem. Het instellen van een gesloten tijd van vier maanden is evenwel absurd. Aan deze zaak zal op hoogste niveau (NVVS) aandacht moeten worden besteed. Anders wordt het als hengelsportvereniging wel heel moeilijk discussieren met een natuurgebiedsbeheerder. AJa maar in de Vogelrichtlijn staat dit, ...... en de Vogelbescherming zegt dat.@ Einde discussie.

C.   Het uitzetten van karper kan een heikel punt worden. Ik ben voor het uitzetten van karper, mits daar een visie of een (beheers)plan achter zit. Met zo=n plan in de hand moet je natuurbeheerders kunnen overtuigen van de geringe invloed op een water van een (heel) beperkte uitzetting aan spiegelkarper. Het verschijnsel Akarperput@ zal in ieder geval in het openbare water zijn beste tijd gehad hebben. En wat mij betreft: terecht!

 

Tonny Buijs