KONING, KEIZER EN ADMIRAAL

 

Hoefijzerlogboek 24-09-'96 en 25-09-'96  

Zweet droop langs mijn wervelkolom met een straaltje de bilnaad in. Jawel, er was een boiliesessie gepland en ik onderging nu al de geneugten. De eerste lading, het hengelgerei, lag nu op de stek. Terug maar weer voor al de huishoudelijke zooi: kooktoestel, bed, tent en de hele rataplan. Deze lading was zo mogelijk nog zwaarder dan de vorige. Zweetdruppels parelden op mijn voorhoofd. Daar de wenkbrauwen reeds met vocht verzadigd waren, liepen straaltjes zoutwater langs mijn ooghoeken omlaag, hetgeen een brandend gevoel in de ogen veroorzaakte. Woest met mijn hoofd schuddend trachtte ik de druppels kwijt te raken. Een tot mislukken gedoemde poging. Totaal doorweekt bereikte ik opnieuw de stek. Rust...., maar het opzetten van de hele santenkraam zou ook nog een karwei worden.

Het kleine plompenveld ligt er schilderachtig bij. De zon staat laag, laat haar laatste stralen van de dag over het water sprankelen; geen briesje wind verstoort de talrijke waterspiegelingen. Een vlucht kauwtjes trekt in donkere schaduwen door de aftakelende plompenbladen. Ze zijn op weg naar hun roestplaats bij het Westerveld. Krekels tjilpen in het hoge gras, libellen scheren over het wateroppervlak, blijven stil hangen, draaien en gaan weer verder. Verder roert zich niets, geen ander levend wezen laat zich horen. Roerloos zit ik bij te komen op de stretcher. Pas de bus van kwart over negen, die al roetuitbrakend over de smalle dijk snelt, verstoort de serene rust.

Met drie hengels moest het gaan gebeuren. Een haakboilie, een mooie rooie gekochte aardbeiboilie, verdween richting overkant. Een bonk lood, zo'n tachtig gram zwaar zou het werk moeten doen. Tachtig gram...... mijn hengel stond al zowat dubbel bij het ingooien en dan te bedenken dat Roy en zijn kornuiten er honderveertig gram aanhangen. Mijn carbonstok sidderde alleen al bij de gedachte. "Dat prikt tenminste", zeiden ze. Ik geloofde het best.

De tweede haakboilie legde ik met uiterste precisie onder mijn eigen kant in een miniscuul gaatje in het plompenveld. Daar bevindt zich een kleine verhoging van de bodem. Een geheide giller moest dat opleveren. Daar was ik heilig van overtuigd.

Met de derde hengel gingen we op de brasem. Brasem? Ja, brasem. Zo'n donkerbruine vloermat van minimaal zestig centimeter zoals Roy ze al had gevangen, was het doelwit. Een bal deeg op Trouvit basis zou de platten moeten verleiden. Om een mogelijke karperaanbeet toch maar te verzilveren in een mooie foto-reportage, gebruikte ik wel een karperhengel.......!!

Schemer valt over de wereld. Contouren vervagen. Het koelt af...... Dampen stijgen op van het water en vormen een nevelsluier. Langzaam glijden ze verder, allengs groter wordend en mytische figuren vormend. Ik kijk uit over deze wereld; over het inktzwarte water met zijn bijna ontsluierde geheimen. Ik weet wat er zwemt, ik ken ze alle bij naam, toch zie ik ze niet. Ze blijven ongrijpbaar als altijd. Soms zie je ze zelfs weken niet. En nu veroert zich zelfs geen platte. De Optonics zijn zo dood. Zo dood als een vogeltje. De sterren fonkelen en ik weet dat het een beetloze nacht wordt.    

Het licht keerde in de wereld terug als een grijze waas. Het was een kleine wereld. Veel verder dan mijn hengeltoppen reikte die niet. Een fijne wolk van miljarden microscopische waterdruppeltjes vormde een onneembare vesting. De nachtelijke nevels hadden zich aaneengesloten, zich verenigd tot een formidabel gesloten front. Geluiden drongen gedempt door. Kon het altijd maar zo zijn. Uit de mist doemde een gestalte op. Een kleine gestalte slechts. Het moment dat ik mijn ogen opende, zag ik hem en wist ik het. Hij was terug! Het bezoek van afgelopen winter was geen toeval geweest. Hier zwom hij nu, onder mijn hengeltoppen. Onbeweeglijk en mijn adem inhoudend observeerde ik hem. Wat zal de afstand geweest zijn? Vier meter? Minder nog? Hier eens pikkend daar eens happend vervolgde het fuutje zijn weg. De dag was al geslaagd en hij moest nog beginnen! Man een dodaars, ik zag een dodaars in mijn wereld! Als een koning doezelde ik weg.

Voor de tweede keer deze dag opende ik mijn ogen. Felle zonnestralen drongen de tent binnen en zorden ervoor dat ik alras lag te zweten in de slaapzak. De nacht was zonder beet verlopen. Dat had ik reeds voorspeld. Op deze stek zat ik onder dezelfde weersomstandigheden jaren geleden eens drie nachten aaneen voor spek en bonen. Kilo's tarwe konden de karpers toen niet op de stek krijgen. Maar misschien was mijn aanwezigheid zo dicht aan het water, zo dicht op de visstek (en dat met drie hengels) reeds voldoende om de vissen af te schrikken. Helemaal dom zijn ze nu ook weer niet. De tijd zou leren dat het laatste inderdaad het geval was.

Ongedurig lig ik op de slaapzak te piekeren en te woelen. Niet over de dwingende noodzaak een karper te vangen. Die kunnen me op het moment bijkans gestolen worden. Het gaat niet goed met het Hoefijzerboek waar we mee bezig zijn. Deadlines worden niet gehaald, de uitgever vraagt steeds meer geld, maar laat ondertussen wel de zaak versloffen. Zouden we niet beter zelf de uitgave ter hand kunnen nemen? Dan hebben we tenminste alles zelf onder controle, echter we zitten dan wel meteen tot over onze oren in het werk en dan wordt ook de uiteindelijke publicatie weer voor maanden uitgesteld. Het is een schijnbare keuze uit twee kwaden. "Het Hoefijzer; kroniek van een karperwater", in eigen beheer uitgegeven door "Horse-Shoe Publishing Elden"; ik moet toegeven, het klinkt goed. Doen of niet doen? Oh, Grote karpervisser in de hemel zend me Uw teken!

Rrrrrrrrrrr.....ttt. Daar kwomt hij aansnorren. Een strakke oranjeblauwe streep met een dolksnavel vliegt laag over het water aan me voorbij. De Goden zijn geprezen. Het is een teken. Een niet te missen teken. Dodaars, ijsvogel..... er bestaan hogere machten die ons leven bestieren, zoveel is me nu wel duidelijk. "Het boek!", we doen het, we gaan ervoor. Weg met de uitgever. We zijn zelf toch mans genoeg! De sierlijke en keizerlijke ijsvogel; wanneer de nood het hoogst is, vliegt hij voorbij. Koning, keizer.... en..... Drie keer is scheepsrecht. Vandaag zal ik ook nog een karper vangen. Dat staat vast. De admiraal ontbreekt namelijk nog op het lijstje. En een admiraal heeft alles te maken met water. En zwemmen de grote spiegel­karpers niet in het Hoefijzerwater? Ah, dat kan dus niet missen er gaat vandaag nog iets gebeuren en datgene heeft met water te maken. De tekenen en de Goden zijn met mij.

Ik kreeg inspiratie. Met mijn luie reet kwam ik meteen van het (gelukkig) tijdelijke bed af. De benen werden gestrekt en in een redelijk tempo werd een rondje Hoefijzer gedaan. De wind was toegenomen, uit het Noordwesten blies hij. Dat betekende dat een lichte golfslag de rechterpoot in stond. Was het vreemd dat ik daar de karpers aantrof? Op drie of vier vissen na koerste de gehele karperpopulatie in een school door de waterpestbedden heen en weer. Even werd door een van de grotere vissen een rugvin overeind gezet. Deze stak vervolgens als een vlag boven het wateroppervlak uit. Deze informatie zocht zich een weg naar het binnenste van mijn grijze massa. De tijd was nog niet rijp, vertelde een klein stemmetje mij. Ik vervolgde mijn weg. Ondertussen borrelde het van binnen.   

Wederom trekken libellen mijn aandacht. Kleurenpracht.... zoals je zelden tegenkomt. Harde kleuren van de grote jongens. Achter de grote kop wisselen ringen van helderblauw en glanzend diepzwart elkaar af. Een schakering van fel geel en hard zwart mag er ook best wezen (zolang het maar geen relatie met Vitesse heeft). Twee kleinere soorten zijn vertegenwoordigd in zachte kleuren. Een soort toont dieprood, de ander showt een niet te beschrijven kleur blauw. Zo warm en donker, de huid lijkt wel van fluweel in de hoogste kwaliteit. Ik grijp het fototoestel en spendeer uren om daarvan een fatsoenlijke plaat te schieten. Hetgeen overigens destijds niet is gelukt.

Het kleine stemmetje roert zich weer. Het loopt inmiddels tegen zessen en de karper roept. Ik zoek mijn Bonzo uitrusting bijelkaar. De Carp Slayer 1. wordt uit de steun gerukt, ontdaan van het zware metaal en voorzien van een simpele Drennan Superspecialist. De lijn bestaat uit Corastrong. Dyneema wat een uitvinding! Corastrong en de boilie, ze zorgen voor de ontmythologisering van het fenomeen karper. Karpervangen........... hoe simpel eigenlijk. De boilie met het aanverwante systeem haakt de vis; weg trillende handjes. Corastrong? Lijnbreuk behoort tot het verleden; weg spannende verhalen. Karpervissen, hoe hou je het leuk?

Het loopt volgens mijn draaiboek. Handen vol hondebrokken worden meters voor de vissen uitgestrooid die zich nog altijd in de rechterpoot bevinden. Het lichte briesje zorgt voor het milieuvriendelijke transport. Weldra worden de eerste brokken van het oppervlak weggezogen. De ene vis steekt de andere aan. Dikke spiegels verdringen zich om één enkele Bonzo. Twee Bonzo's worden met een stukje katoenen naaigaren aan de haak geknupt. Een flinke over-de-kop-zwieper zorgt ervoor dat ze ergens richting karpers neerkomen. Lang duurt het niet. Twee slurfjes proberen het tegelijk. Zijn de brokken weg of niet? Niet dus, want een fractie later landen ze achter me in het hoge gras.

De vissen doen alsof ze schrikken, maar ook zij kennen het lot en tarten het niet. Ze weten dat een van hen de Admiraal is. Ontkomen is voor hun vandaag onmogelijk. Ook zij kennen het draaiboek; eerst een keer misslaan voor de adrenaline en het overslaande hart, de volgende keer volgt onherroepelijk het net.

Deze Bonzo's zijn te zacht geworden voor een tweede ronde. Bij een hernieuwde zwiep zouden ze er zeer zeker afvliegen. Het vervelende karweitje van beazen volgt. Daarna verdwijnen twee brokken met haak richting horizon, ongeveer vijftien meter ver. Een bek verschijnt, Bonzo plus haak verdwijnt. Een kromme hengel wijst recht naar een enorme wierbank. Pak 'm beet een minuut later ligt de plantenmassa, met daarin verborgen een prachtige spiegelkarper in het kolossale net. De Admiraal loopt binnen. 

De Nieuwe Spiegel, is hij de verwachte Admiraal? Ach, rangen en standen wat stelt het voor? De Nieuwe Spiegel is hij eigenlijk geen Keizer? Want wat is nu uiteindelijk een Koning, een Keizer of een Admiraal? Hersenspinsels? Een manier om orde te scheppen, om verhalen te creëren? Het Hoefijzer........ Inderdaad, je zou er een boek over kunnen schrijven.

 

Tonny Buijs